| Budgetsleutel : | AC000087 -- We kennen subsidies toe in het kader van natuurbeheer -- TTBU-PUBL -- MJP000961 -- Subsidie - bescherming van kleine landschapselementen - Sociale economie Budget en beschikbaar: € 1.500,00 Budgetcode: 2026/6496000/SO/0340/ |
| Dienst : | TTBU - Publiek domein |
De gemeenteraad keurt het stedelijk subsidiereglement op de aanleg en onderhoud van kleine landschapselementen goed.
Doelstelling
Binnen de grenzen van de jaarlijks op de begroting goedgekeurde kredieten, verleent het college van burgemeester en schepenen een subsidie voor de aanleg en het onderhoud van kleine landschapselementen, met name voor hagen, heggen, hoogstamboomgaarden, houtkanten, poelen, loofbomen en knotbomen.
De aanvragen moeten uiterlijk op 31 maart van het jaar van de uitvoering ingediend worden, zodat ze daarna gecontroleerd en afgehandeld kunnen worden.
Definities
Haag: een dichte en doorlopende rij houtige, streekeigen planten. De haag wordt door regelmatige en frequente snoei in vorm gehouden.
Heg: een dichte en doorlopende rij houtige streekeigen planten en struiken met een minimaal onderhoud.
Houtkant: bestaat uit een doorlopende rij streekeigen boomvormende en struikvormende soorten, die met tussenpozen van minimaal 8 jaar tegen de grond gedeeltelijk of volledig wordt afgezet.
Hoogstamfruitboom: elke wilde en gecultiveerde kersen-, appelen-, peren-, pruimen- en notenboom.
Een hoogstamboom heeft een vrije stamlengte van 1,80 meter tot 2,30 meter. Vanaf die hoogte wordt de kruin (takken) gevormd.
Poel: natuurlijke of door de mens gegraven watervlakken, met schuine oevers, niet versterkt, oorspronkelijk bedoeld als drenkplaats voor het vee. Een poel is een stilstaand water, meestal op een lager gelegen plaats in het landschap met een oppervlakte van 50 tot 150 m².
Loofboom: Streekeigen boom, kan solitair (alleen) of in rij staan.
Knotboom: Streekeigen loofboom waarbij minimaal om de 6 jaar de kruin wordt gekapt, waarna deze weer uitloopt.
Autochtoon plantgoed: afstammelingen van bomen of struiken die zich na de laatste ijstijd in onze streek hebben gevestigd. Ze zijn beter aangepast aan onze milieuomstandigheden en hebben bijgevolg grotere overlevingskansen. Autochtoon plantgoed is te herkennen aan een kwaliteitslabel, zoals Plant van Hier ®.
Toepassingsgebied
Subsidie geldt voor kleine landschapselementen in:
Uitsluiting
Men kan geen beroep doen op de subsidie als:
Voorwaarden
§1. De werken mogen niet als voorwaarde opgenomen zijn bij de toekenning van een verkavelings-, stedenbouwkundige, natuur- of milieuvergunning of kapmachtiging tenzij het gaat om het herstel of bijplanten van een bestaande hoogstamboomgaard.
§2. De aanvrager moet gerechtigd zijn tot de uitvoering van de werken; schriftelijke toestemming van de eigenaar is vereist indien de aanvrager geen eigenaar is.
§3. Werken moeten conform bestaande wetgeving, goede natuurpraktijk en ecologische principes worden uitgevoerd.
§4. Enkel streekeigen soorten mogen worden gebruikt, passend bij het lokale landschap.
§5. Landschapselementen moeten minstens 10 jaar intact en integraal behouden blijven.
Specifieke bepalingen met betrekking tot de aanplant/aanleg
§1. Bepalingen aanplant hagen of heggen
Minimumlengte: 25 meter.
Plantafstand in de rij voor een haag: 0,25 m (4 planten per meter).
Plantafstand in de rij voor een heg: 0,5 m (2 planten per meter).
Minimum formaat plantgoed: 60-80 cm.
Er moet gebruik gemaakt worden van één of meer van de volgende soorten: sleedoorn, haagbeuk, hazelaar, zomereik, es, inlandse vogelkers, linde, zwarte els, vlier, Gelderse roos, boskers, veldesdoorn, gele kornoelje, rode kornoelje, hondsroos, kardinaalsmuts, hulst, wilde liguster.
§2. Bepalingen aanplant houtkant
Minimumoppervlakte: 150 m².
Lengte: minimum 50 meter.
Breedte: minstens 3 meter met een maximum van 10 meter.
Plantdichtheid: minstens 1 plant per m².
Minimumformaat plantgoed: 60-80 cm.
Er moet gebruik gemaakt worden van één of meer van de volgende soorten: sleedoorn, haagbeuk, hazelaar, zomereik, es, inlandse vogelkers, linde, zwarte els, vlier, Gelderse roos, boskers, veldesdoorn, gele kornoelje, rode kornoelje, hondsroos, kardinaalsmuts, hulst, wilde liguster.
§3. Bepalingen aanplant loofbomen en knotbomen
Minimum aantal: 5 bomen
Plantgoed: hoogstammig en geworteld plantgoed met een stamomtrek van minimum 8 tot 10 cm of een 2,5 tot 3 m lange rechte tak van een bestaande, gezonde knotwilg.
Er moet gebruik gemaakt worden van één of meer van de volgende soorten: zomereik, es, linde, tamme kastanje, okkernoot, zwarte els, veldesdoorn, haagbeuk, wilg. Voor knotbomen: zomereik, es, zwarte els, haagbeuk, wilg.
§4. Bepalingen aanplant hoogstamfruitbomen
Minimum aantal: 5 bomen
De eerste 5 jaar moet een begeleidingssnoei uitgevoerd worden.
Deze begeleidingssnoei moet gebeuren via een onderhoudscontract met gespecialiseerde personen of firma. Deze snoei mag ook zelf gedaan worden, mits voorlegging van bewijs van opleiding of ervaring.
Kersenbomen die aangetast zijn door Little Cherry virus moeten zo snel mogelijk gerooid worden mits bekomen van een kapvergunning. De vervanging ervan mag eerst na 2 jaar indien terug kers wordt aangeplant, er kan ook meteen vervangen worden door andere soorten.
§5. Bepalingen aanleg poel
De poel mag enkel gegraven worden in de maanden augustus of september, volgend op het tijdstip van de aanvraag en na het verkrijgen van de stedenbouwkundige vergunning.
De bezonde oever (NW - NOzijde) moet zacht hellend (1:2 tot 1:3) uitgegraven te worden.
Grootte: tussen 50 m² en 150 m² wateroppervlak.
Diepte: tussen 0,5 m en 1,5 m (diepste gedeelte vorstvrij in de winter).
Bij beweiding moet de oever van de poel beschermd worden tegen vertrappeling van het vee door op minstens 1 m van de poel over een lengte van minstens 3/4 van de poelomtrek een afsluiting te plaatsen.
De poel moet van nature water kunnen houden. Er moet een goede waterkwaliteit verzekerd worden (grondwater, kwelwater, bronwater, hellingwater, ondoordringbare kleilaag).
Er mogen enkel inheemse planten in en rond het water staan die spontaan ontwikkelen.
Exoten moeten verwijderd worden.
Het is niet toegelaten vis, eenden, waterplanten en andere organismen in te brengen in de poel.
Specifieke bepalingen met betrekking tot het onderhoud
§1. Bepalingen onderhoud haag of heg
Minimumlengte: 25 meter.
Minimumhoogte: 1,25 meter.
De haag of heg is minstens 2 jaar oud.
Gaten moeten opgevuld worden met soorten waaruit de haag is opgebouwd.
De haag of heg wordt onderhouden in de periode tussen 1 september en 1 maart.
§2. Bepalingen onderhoud houtkant
De houtkant moet voldoen aan de bepalingen uit artikel 7.
De aanplant of het vorige onderhoud gebeurde minstens 5 jaar geleden.
Gaten moeten tijdig opgevuld worden met soorten waaruit de houtkant is opgebouwd.
De houtkant wordt onderhouden tussen 1 november en 1 maart.
§3. Bepalingen onderhoud knotbomen
De knotboom is minstens 5 jaar oud.
Knotbomenrijen worden gespreid over verschillende jaren geknot.
Het knotten gebeurt in de periode tussen 1 november en 1 maart.
§4. Bepaling eenmalig, achterstallig onderhoud hoogstamfruitbomen
Eenmalige aanvraag om de karakteristieke vorm van de hoogstamfruitbomen te herstellen.
Het onderhoud moet gebeuren door een specialist, onder de juiste omstandigheden en met de juiste technieken. Het onderhoudscontract of de offerte moet worden toegevoegd aan de gemeentelijke subsidieaanvraag.
Kersenbomen die aangetast zijn door Little Cherry virus moeten zo snel mogelijk gerooid worden. Voor deze bomen wordt geen subsidie uitgekeerd.
§5. Bepalingen onderhoud poel
Het onderhoud gebeurt in augustus of september.
De poel moet voldoen aan de bepalingen uit artikel 7.
Overtollige plantengroei moet verwijderd worden.
Ruiming van organisch materiaal op de bodem van de poel wordt periodiek en bij voorkeur gespreid over minstens 2 jaar uitgevoerd om verlanding te voorkomen.
De beplanting moet gesnoeid worden zodat de helft van de poel niet beschaduwd is.
Subsidiebedrag
De subsidie wordt als volgt toegekend:
§1. Aanleg/aanplant
Aanleg haag/heg: 1,50 euro per meter bij gebruik van autochtoon plantgoed, 1 euro per meter bij gebruik van gewoon inheems plantgoed. De toelage is eenmalig aan te vragen bij aanplant en wordt beperkt tot 250 euro.
Aanplant hoogstamfruitboom en 5 jaar vormsnoei: 35 euro per boom. De toelage is eenmalig en wordt beperkt tot 350 euro.
Aanplant houtkant: 0,50 euro per vierkante meter bij gebruik van autochtoon plantgoed, 0,3 euro per m² bij gebruik van gewoon inheems plantgoed. De toelage is eenmalig aan te vragen bij aanplant en wordt beperkt tot 250 euro.
Aanplant loof- en knotboom: 15 euro per boom of 2,50 euro per stek. De toelage is eenmalig aan te vragen bij aanplant en wordt beperkt tot 250 euro.
Aanleg poel: 200 euro per poel. De toelage is eenmalig aan te vragen bij aanleg.
§2. Onderhoud
Onderhoud haag/heg: 0,50 euro per meter. De toelage is jaarlijks aan te vragen en wordt beperkt tot 250 euro.
Onderhoud houtkant; 0,14 euro per vierkante meter. De toelage is om de 5 jaar of meer aan te vragen en wordt beperkt tot 250 euro.
Eenmalig, achterstallig onderhoud hoogstamfruitbomen: max. 70 % van de totale kostprijs met een maximum van 30 euro per boom. De toelage is eenmalig bij achterstallig onderhoud en wordt beperkt tot 250 euro.
Onderhoud poel: 100 euro per poel. De toelage is om de 5 jaar of meer aan te vragen en wordt beperkt tot 250 euro. Het onderhoud kan gespreid over 2 jaren uitgevoerd worden.
Onderhoud knotboom: 10 euro per boom. De toelage is per boom om de 5 jaar of meer aan te vragen en wordt beperkt tot 250 euro. Knotbomenrijen kunnen gespreid over meerdere jaren geknot worden.
Aanvraagprocedure
De aanvraag wordt via het standaardformulier voor de uitvoering van de werken door de aanvrager ingediend bij het college van burgemeester en schepenen.
De aanvraag omvat:
Aanvragen ingediend na 31 maart worden geweigerd.
De aanvraag kan geweigerd worden als de voorgestelde werken landschappelijk of ecologisch nadelig kunnen zijn.
Uitbetaling
Het stadsbestuur of toezichthoudende ambtenaar zal de werken komen controleren vooraleer de betaling uit te voeren. Wanneer de uitvoering onvolledig of gebrekkig is kan de betaling verminderd, uitgesteld of geweigerd worden. De subsidie wordt ook niet toegekend als het klein landschapselement wordt aangelegd/onderhouden op een wijze die in strijd is met de bestaande wetgeving, reglementen en gebruiken.
Terugvordering
De toelage kan geheel of gedeeltelijk teruggevorderd worden in volgende gevallen:
In werkingtreding
Dit reglement treedt in werking vanaf 2026 en geldt tot en met 2031.
Dit besluit wordt onderworpen aan de bepalingen betreffende het bestuurlijk toezicht (artikel 326 tot en met 334) van het Decreet lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.