De gemeenteraad keurt het Gemeentelijk reglement registratie van en belasting op leegstaande woningen en gebouwen goed.
Begripsomschrijvingen
Voor de toepassing van dit reglement gelden de begripsomschrijvingen van het artikel 1.3 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021.
In dit reglement wordt verstaan onder:
1° administratie: de gemeentelijke administratieve eenheid die door het gemeentebestuur wordt belast met de opmaak, de opbouw, het beheer en de actualisering van het leegstandsregister. De gemeente kan hiervoor beroep doen op medewerkers van het intergemeentelijk samenwerkingsverband die worden aangesteld door het college van Burgemeester en Schepenen
2° beroepsinstantie: het college van burgemeester en schepenen of het gedelegeerde personeelslid;
3° beveiligde zending: één van de hiernavolgende betekeningswijzen:
a) een aangetekend schrijven;
b) een afgifte tegen ontvangstbewijs;
4° gebouw: elk bebouwd onroerend goed, dat zowel het hoofdgebouw als de bijgebouwen omvat, met uitsluiting van bedrijfsruimten, vermeld in artikel 2, 1° van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten;
5° kamer: een woning waarin een toilet, een bad of douche of een kookgelegenheid ontbreken en waarvan de bewoners voor een of meer van die voorzieningen aangewezen zijn op de gemeenschappelijke ruimten in of aansluitend bij het gebouw waarvan de woning deel uitmaakt;
6° §1. leegstaand gebouw: gebouw waarvan meer dan de helft van de totale vloeroppervlakte niet overeenkomstig de functie van het gebouw wordt aangewend gedurende een periode van ten minste twaalf opeenvolgende maanden. Hierbij wordt geen rekening gehouden met woningen die deel uitmaken van het gebouw.
De functie van het gebouw is deze die overeenkomt met een voor het gebouw of voor gedeelten daarvan afgeleverde of gedane stedenbouwkundige vergunning/omgevingsvergunning of melding in de zin van artikel 4.2.2 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, met latere wijzigingen, of milieuvergunning of melding in de zin van het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning, met latere wijzigingen. Bij een gebouw waarvoor geen vergunning of melding voorhanden is of waarvan de functie niet duidelijk uit een vergunning of melding blijkt, wordt deze functie afgeleid uit het gewoonlijk gebruik van het gebouw voorafgaand aan het vermoeden van leegstand, zoals dat blijkt uit aangiften, akten of bescheiden.
6° §2. Leegstaand gebouw in het kernwinkelgebied: leegstaande gebouwen, zoals bedoeld in 6°§1 met een handelsfunctie en gelegen in het kernwinkelgebied, worden als leegstaand beschouwd wanneer meer dan de helft van de totale vloeroppervlakte niet overeenkomstig de functie van het gebouw wordt aangewend gedurende een periode van tenminste 12 opeenvolgende maanden.
Voor de afbakening van het kernwinkelgebied verwijzen we naar de afbakening zoals deze is vastgelegd op het grafisch plan van het RUP Binnenstad stad Sint-Truiden.
6° §3. Een gebouw dat in hoofdzaak gediend heeft voor een economische activiteit wordt niet beschouwd als leegstaand zolang de oorspronkelijke beoefenaar van deze activiteit een gedeelte van het gebouw bewoont en dat gedeelte niet afsplitsbaar is. Een gedeelte is eerst afsplitsbaar indien het na sloping van de overige gedeelten kan worden beschouwd als een afzonderlijke woning die voldoet aan de bouwfysische vereisten.
7° Handelsfunctie: een activiteit die betrekking heeft op het kopen en verkopen van goederen in een voor publiek toegankelijke ruimte, het voeren van horeca-activiteiten en het leveren van zakelijke diensten (zoals financiële diensten en verzekeringen), ambachtelijke diensten (zoals kappers, schoonheidsinstituten, fotografen, kleermakers, ..) en particuliere diensten (zoals reisbureaus, makelaars, uitzendbureaus, dienstencheques,…) in voor publiek toegankelijke ruimtes.
8° Actieve uitbating: een uitbating is actief wanneer ze vrij toegankelijk is voor het publiek om er tegen betaling goederen te kopen of zich diensten te laten leveren (zoals gedefinieerd onder handelsfunctie) of te consumeren. Uitbatingen zijn actief wanneer zij minstens 4 dagen van de week open zijn gedurende minstens 6 uren per dag. Worden niet als actief beschouwd: uitbatingen die het gebouw alleen gebruiken als uitstalraam of waarbij het gebouw alleen gebruikt wordt voor opslag van goederen zonder dat dit gepaard gaat met een handelsactiviteit in hetzelfde gebouw.
9° leegstaande woning: woning die gedurende een periode van ten minste 12 opeenvolgende maanden niet aangewend wordt in overeenstemming met de woonfunctie die blijkt uit een omgevingsvergunning of meldingsakte als vermeld in artikel 6 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning die voor die woning is uitgereikt. Bij een woning waarvoor er geen vergunning of melding is, of waarvan de functie niet duidelijk blijkt uit een vergunning of melding, wordt de functie afgeleid uit het gewoonlijk gebruik van de woning dat voorafging aan het vermoeden van leegstand, zoals dat blijkt uit aangiften, akten of bescheiden.
Een woning die geregistreerd staat als tweede verblijf - zoals gedefinieerd in het geldende gemeentelijk reglement betreffende de registratie en belasting op tweede verblijven - wordt niet beschouwd als zijnde leegstaand;
10° leegstandsregister: het gemeentelijk register van leegstaande gebouwen en woningen, vermeld in artikel 2.9 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021;
11° leegstand bij nieuwbouw: een nieuw gebouw of een nieuwe woning wordt als een leegstaand gebouw of een leegstaande woning beschouwd indien dat gebouw of die woning binnen zeven jaar na de afgifte van een stedenbouwkundige vergunning/omgevingsvergunning in laatste administratieve aanleg niet aangewend wordt overeenkomstig zijn functie;
12° opnamedatum: de datum waarop het gebouw of de woning in het leegstandsregister wordt opgenomen;
13° verjaardag: het ogenblik van het verstrijken van elke nieuwe periode van twaalf maanden vanaf de opnamedatum, zolang het gebouw of de woning niet uit het leegstandsregister is geschrapt;
14° woning: elk onroerend goed of deel ervan dat hoofdzakelijk bestemd is voor de huisvesting van een gezin of alleenstaande;
15° houder van het zakelijk recht: de houder van één van de volgende zakelijke rechten:
16° Renovatienota: een gedetailleerde, gedateerde en ondertekende nota die door de administratie wordt goedgekeurd en waarin minstens volgende elementen zijn opgenomen:
Leegstandsregister
§1. De administratie van het lokaal bestuur Sint-Truiden houdt een leegstandsregister bij. Het leegstandsregister bestaat uit 2 afzonderlijke lijsten:
Een woning die geïnventariseerd is als ongeschikt en/of onbewoonbaar, wordt niet opgenomen in het leegstandsregister.
§2. In elke lijst worden de volgende gegevens opgenomen:
Registratie van leegstand
§1. Een leegstaand gebouw of een leegstaande woning wordt opgenomen in het leegstandsregister aan de hand van een genummerde administratieve akte, waarbij een technische fiche met 1 of meerdere foto’s en een beschrijvend verslag, met vermelding van de indicaties van leegstand, gevoegd worden.
De datum van de administratieve akte geldt als de datum van de vaststelling van de leegstand en geldt als opnamedatum.
§2. De vaststelling van leegstaande woningen en gebouwen gebeurt op basis van onder andere volgende indicaties:
Deze lijst is niet limitatief.
Actualisatie
Met het oog op de actualisering van het leegstandsregister organiseert de stad minimaal jaarlijks een algemene controle van de gebouwen en de woningen waarvoor een nieuw vermoeden van leegstand bestaat.
Kennisgeving van opname
De houder van het zakelijk recht wordt per beveiligde zending in kennis gesteld van de beslissing tot opname in het leegstandsregister. De kennisgeving bevat:
Beroep tegen opname
§1. Binnen een termijn van dertig dagen, ingaand de dag na deze van de betekening van het schrijven, vermeld in artikel 5, kan de houder van het zakelijk recht bij de beroepsinstantie beroep aantekenen tegen de beslissing tot opname in het leegstandsregister. Het beroep wordt per beveiligde zending betekend. Het beroepschrift moet ondertekend zijn en moet minimaal de volgende gegevens bevatten:
Als datum van het beroepschrift wordt de datum van de beveiligde zending gehanteerd.
Als het beroepschrift ingediend wordt door een persoon die optreedt namens de houder van het zakelijk recht, voegt hij bij het dossier een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging, tenzij hij optreedt als raadsman die ingeschreven is aan de balie als advocaat of als advocaat-stagiair.
§2. Zolang de indieningstermijn van dertig dagen niet verstreken is, kan een vervangend beroepschrift ingediend worden, waarbij het eerdere beroepschrift als ingetrokken wordt beschouwd.
§3. Aan de indiener van een beroepschrift wordt een ontvangstbevestiging verstuurd.
§4. Het beroepschrift is alleen onontvankelijk:
§5. Als het beroepschrift onontvankelijk is, deelt de beroepsinstantie dit onverwijld mee aan de indiener. Het indienen van een aangepast of nieuw beroep is mogelijk zolang de beroepstermijn van §1 niet verstreken is.
§6. De beroepsinstantie onderzoekt de gegrondheid van de ontvankelijke beroepschriften op stukken als de feiten vatbaar zijn voor directe, eenvoudige vaststelling of met een feitenonderzoek, dat uitgevoerd wordt door het met de opsporing van leegstaande gebouwen en woningen belaste personeelslid. Het beroep wordt geacht ongegrond te zijn als de toegang tot een gebouw of een woning geweigerd of verhinderd wordt voor het feitenonderzoek.
§7. De beroepsinstantie doet uitspraak over het beroep en betekent zijn beslissing aan de indiener ervan binnen een termijn van negentig dagen, die ingaat op de dag na deze van de betekening van het beroepschrift. De uitspraak wordt per beveiligde zending betekend.
§8. Als de beslissing tot opname in het leegstandsregister niet tijdig betwist wordt, of het beroep van de houder van het zakelijk recht onontvankelijk of ongegrond verklaard wordt, neemt de administratie het gebouw of de woning in het leegstandsregister op vanaf de datum van de vaststelling van de leegstand.
Schrapping uit het leegstandregister
§1. Een woning wordt uit het leegstandsregister geschrapt als de houder van het zakelijk recht bewijst dat de woning gedurende een termijn van ten minste zes opeenvolgende maanden aangewend wordt overeenkomstig de woonfunctie.
De datum van schrapping is de eerste dag van de aanwending overeenkomstig de functie. Het effectief gebruik zal blijken uit de inschrijvingen in de bevolkingsregisters of desgevallend na een onderzoek ter plaatse.
§2. Een gebouw wordt uit het leegstandsregister geschrapt als de houder van het zakelijk recht bewijst dat meer dan de helft van de totale vloeroppervlakte gedurende een termijn van ten minste zes opeenvolgende maanden aangewend wordt overeenkomstig de functie, zoals omschreven in artikel 1, 6°.
De datum van schrapping is de eerste dag van de aanwending overeenkomstig de functie. De administratie stelt deze aanwending vast via administratieve data of desgevallend na een onderzoek ter plaatse.
§3. Een gebouw met economische functie gelegen in het kernwinkelgebied wordt uit het leegstandsregister geschrapt als de houder van het zakelijk recht bewijst dat meer dan de helft van de totale vloeroppervlakte overeenkomstig de bestemde functie aangewend wordt gedurende een termijn van ten minste 6 opeenvolgende maanden. De ingebruikname moet door de belastingplichtige worden gemeld aan het team Lokale Economie.
De periode van 6 maanden begint de lopen vanaf het moment van vaststelling door de administratie via een plaatsbezoek. Na de schrappingsperiode wordt opnieuw een plaatsbezoek uitgevoerd. Wanneer blijkt dat het gebouw nog steeds in gebruik is volgens de functie dan wordt het gebouw geschrapt op datum van de eerste controle. De administratie kan steeds een tussentijds plaatsbezoek uitvoeren. Indien tijdens deze tussentijdse controle blijkt dat het gebouw niet in gebruik is, dan wordt de procedure tot schrapping stopgezet.
§4. Een woning en/of gebouw waarvoor een bestemmingswijziging werd vergund, wordt geschrapt uit het leegstandsregister op datum van de afgeleverde omgevingsvergunning.
§5. Een woning en/of gebouw waarvoor een sloop werd vergund, wordt geschrapt uit het leegstandsregister op datum van vaststelling van de sloop. De sloop moet door de belastingplichtige gemeld worden aan de administratie.
§6. Een woning en/of gebouw waarin een wijziging van het aantal woongelegenheden/entiteiten werd vergund, wordt geschrapt uit het leegstandsregister op datum van voltooiing van de werkzaamheden en de wijziging van het aantal woongelegenheden/entiteiten.
§7. Voor de schrapping uit het leegstandsregister richt de houder van het zakelijk recht een gemotiveerd verzoek aan de administratie via beveiligde zending. Dit verzoek bevat:
Als datum van het verzoek wordt de datum van de beveiligde zending gehanteerd.
De administratie onderzoekt de gegrondheid van het verzoek tot schrapping en neemt een beslissing binnen een termijn 90 dagen na de ontvangst van het verzoek. De administratie brengt de verzoeker op de hoogte van haar beslissing met een beveiligde zending.
§8. Tegen de beslissing over het verzoek tot schrapping kan de houder van het zakelijk recht beroep aantekenen volgens de procedure, vermeld in artikel 6.
Onderwerp van de leegstandbelasting
§ 1. Er wordt voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 jaarlijks een stedelijke belasting gevestigd op gebouwen en woningen die zijn opgenomen in het leegstandsregister.
§2. De belasting is voor het eerst verschuldigd vanaf het ogenblik dat de woning of het gebouw gedurende twaalf opeenvolgende maanden is opgenomen in het leegstandsregister.
§3. In afwijking van §2. Is de belasting op leegstaande gebouwen met een handelsfunctie voor het eerst verschuldigd op de datum van opname in het leegstandregister.
§4. Zolang het gebouw of de woning niet uit het leegstandsregister geschrapt is, blijft de belasting verschuldigd op het ogenblik dat een nieuwe termijn van twaalf maanden verstrijkt.
Tarief van de belasting
§1. De belastingplichtige betaalt een jaarlijkse belasting die voor een leegstaande woning wordt vastgelegd als volgt:
§2. De belastingplichtige betaalt een jaarlijkse belasting die voor een leegstaand gebouw wordt vastgelegd als volgt:
§3. De in dit reglement vastgestelde tarieven worden vanaf 1 januari 2027 jaarlijks op 1 januari geïndexeerd op basis van de evolutie van de gezondheidsindex, overeenkomstig het koninklijk besluit van 24 december 1993 tot uitvoering van de wet van 6 januari 1989 tot vrijwaring van 's lands concurrentievermogen.
De referentiemaand voor de berekening van de indexering is november van het jaar dat voorafgaat aan de aanpassing, met als basisjaar 2013 (gezondheidsindex 2013 = 100)
Er wordt geen indexering toegepast op 1 januari 2026. De tarieven die bij dit reglement worden vastgesteld, gelden als basistarieven voor de toepassing van de jaarlijkse indexering zoals bepaald in dit artikel en stemmen overeen met de gezondheidsindex van de maand november 2025.
Wijze van indexering:
Tarief aanslagjaar X = (basistarief * index november X-1) / index november 2025
Wijze van afronding:
Het totaalbedrag wordt afgerond naar het dichtste veelvoud van vijftig eurocent, hetzij naar het lagere, hetzij naar het hogere.
Indien het totaalbedrag eindigt op € 0,01 tot en met € 0,24, wordt afgerond naar het lagere € x,00.
Indien het totaalbedrag eindigt op € 0,25 tot en met € 0,74, wordt afgerond naar € x,50.
Indien het totaalbedrag eindigt op € 0,75 tot en met € 0,99, wordt afgerond naar het hogere € (x+1),00.
Belastingplichtigen
§ 1. De belasting is verschuldigd door de houder van het zakelijk recht over het leegstaande gebouw of de leegstaande woning op de verjaardag van de opnamedatum.
§ 2. In geval van mede-eigendom zijn de mede-eigenaars hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de totale belastingschuld.
§ 3. In geval van overdracht van het zakelijk recht, stelt de overdrager van het zakelijk recht de verkrijger ervan in kennis dat het goed is opgenomen in het leegstandsregister. Tevens moet de overdrager de administratie in kennis stellen van de overdracht via een beveiligde zending of door afgifte tegen ontvangstbewijs. De overdrager bezorgt aan de administratie binnen de 2 maanden na de overdracht minstens de volgende gegevens:
Bij het ontbreken van deze kennisgeving wordt de overdrager van een zakelijk recht, als belastingplichtige beschouwd voor de belastingen die na de overdracht van het zakelijk recht worden gevestigd.
Vrijstellingen
§ 1. Een vrijstelling van de belasting kan aangevraagd worden door middel van het daartoe bestemd aanvraagformulier. Dit formulier dient te worden ingediend via een (digitale) beveiligde zending of door afgifte tegen ontvangstbewijs.
Behoudens andersluidende bepaling, kan eenzelfde vrijstelling slechts 1 keer worden toegekend aan dezelfde houder van het zakelijk recht.
§2. De houder van het zakelijk recht die gebruik wenst te maken van een vrijstelling zoals vermeld in dit artikel, dient zelf hiervoor de nodige bewijsstukken voor te leggen aan de administratie.
Behoudens andersluidende bepaling, begint de vrijstelling te lopen bij aanvang van de belastbare termijn waarin de vrijstelling werd aangevraagd.
§3. Een vrijstelling aangevraagd en bekomen door één van de mede-eigenaars geldt automatisch voor alle andere mede-eigenaars van de woning of het gebouw. Enkel de indiener van de vrijstelling zal door de administratie op de hoogte gebracht worden van de beslissing. De aanvrager van de vrijstelling stelt de mede-eigenaars op de hoogte van de vrijstelling.
§4. De volgende persoonsgebonden vrijstellingen kunnen worden toegekend doch gaan niet over op de nieuwe houder van het zakelijk recht in geval van overdracht:
§5. De volgende gebouwgebonden vrijstellingen kunnen worden toegekend en gaan over op de nieuwe houder van het zakelijk recht in geval van overdracht:
Inkohiering
De belasting wordt ingevorderd bij wege van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.
Betalingstermijn
De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet
Bezwaar tegen de belasting
§1. De belastingplichtige kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen, t.a.v. het team Financiën.
§2. De indiening en de behandeling van het bezwaar gebeurt volgens de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
Inwerkingtreding
§1. Onderhavig reglement treedt in werking op datum van de goedkeuring door de gemeenteraad.
§2. Het gemeentelijk heffingsreglement op leegstaande woningen en gebouwen van 25 februari 2019 wordt opgeheven van zodra onderhavig reglement in werking getreden is.
§3. Woningen en gebouwen die reeds werden opgenomen zijn in het gemeentelijk leegstandsregister blijven opgenomen met dezelfde opnamedatum.
§4. Vrijstellingen die reeds eerder werden toegekend volgens de bepalingen van vorige reglementen, blijven behouden met dezelfde duur en/of einddatum. Na afloop van deze vrijstelling gelden de bepalingen van dit reglement.
Dit besluit wordt onderworpen aan de bepalingen betreffende het bestuurlijk toezicht (artikels 326 tot en met 334) Decreet Lokaal Bestuur van 20 december 2017, zoals gewijzigd.