Terug
Gepubliceerd op 09/12/2025

2025_GR_00323 - Gemeentelijk reglement registratie van en belasting op leegstaande woningen en gebouwen - Goedkeuring

Gemeenteraad
ma 08/12/2025 - 20:00 Raadszaal Oud Stadhuis
Goedgekeurd
Dit besluit handelt over een Belastingreglement, type Kohierbelasting. Dit reglement treedt in werking op 01/01/2026 en eindigt op 31/12/2031
  • Relevante MAR code: 7374 - Leegstaande woningen en gebouwen
  • Bijkomende aanslagvoet: Nee

Samenstelling

Aanwezig

Ludwig Vandenhove, burgemeester; Marijn Ghys, schepen; Günther Dauw, schepen; Mieke Claes, schepen; Gert Stas, schepen; Katrien Bomans, schepen; Filip Moers, schepen; Pascal Monette, schepen; Johnny Vangrieken, raadslid; Carl Nijssens, raadslid; Ingrid Kempeneers, raadslid ; Marc Bels, raadslid ; Eddy El Herbouti, raadslid; Hilde Vautmans, raadslid ; Johan Mas, raadslid ; Jo François, raadslid; Stijn Vanoirbeek, raadslid; Erwin Vaes, raadslid; Peter Deltour, raadslid; Roosmarijn Beckers, raadslid ; Brenda Gijsens, raadslid ; Pritty Kaur, raadslid ; Ann Ruyters, raadslid; Nathalie Vanmechelen, raadslid; Remco Schoofs, raadslid; Patrick Vanparys, raadslid ; Marc Geraerts, raadslid ; Dylan Vandevoordt, raadslid ; Tom Degraeve, raadslid ; Natalia Beckers-Dubrovina, raadslid ; Geert Govaerts, raadslid ; Wendy Flossy, raadslid ; Dirk Palms, raadslid ; Jonas Schroyen, raadslid ; Kathleen Bergoets, algemeen directeur; Peter Van Dam, voorzitter

Secretaris

Kathleen Bergoets, algemeen directeur

Voorzitter

Peter Van Dam, voorzitter

Stemming op het agendapunt

2025_GR_00323 - Gemeentelijk reglement registratie van en belasting op leegstaande woningen en gebouwen - Goedkeuring

Aanwezig

Ludwig Vandenhove, Marijn Ghys, Günther Dauw, Mieke Claes, Gert Stas, Katrien Bomans, Filip Moers, Pascal Monette, Johnny Vangrieken, Carl Nijssens, Ingrid Kempeneers, Marc Bels, Eddy El Herbouti, Hilde Vautmans, Johan Mas, Jo François, Stijn Vanoirbeek, Erwin Vaes, Peter Deltour, Roosmarijn Beckers, Brenda Gijsens, Pritty Kaur, Ann Ruyters, Nathalie Vanmechelen, Remco Schoofs, Patrick Vanparys, Marc Geraerts, Dylan Vandevoordt, Tom Degraeve, Natalia Beckers-Dubrovina, Geert Govaerts, Wendy Flossy, Dirk Palms, Jonas Schroyen, Kathleen Bergoets, Peter Van Dam
Stemmen voor 28
Pascal Monette, Hilde Vautmans, Johan Mas, Gert Stas, Jo François, Johnny Vangrieken, Filip Moers, Eddy El Herbouti, Mieke Claes, Ludwig Vandenhove, Günther Dauw, Peter Deltour, Erwin Vaes, Marijn Ghys, Roosmarijn Beckers, Brenda Gijsens, Katrien Bomans, Ann Ruyters, Nathalie Vanmechelen, Patrick Vanparys, Marc Geraerts, Dylan Vandevoordt, Tom Degraeve, Geert Govaerts, Jonas Schroyen, Pritty Kaur, Natalia Beckers-Dubrovina, Peter Van Dam
Stemmen tegen 4
Ingrid Kempeneers, Carl Nijssens, Stijn Vanoirbeek, Marc Bels
Onthoudingen 3
Dirk Palms, Remco Schoofs, Wendy Flossy
Blanco stemmen 0
Ongeldige stemmen 0
2025_GR_00323 - Gemeentelijk reglement registratie van en belasting op leegstaande woningen en gebouwen - Goedkeuring 2025_GR_00323 - Gemeentelijk reglement registratie van en belasting op leegstaande woningen en gebouwen - Goedkeuring

Motivering

Adviezen

Financiën Gunstig advies
Wonen Gunstig onder voorwaarden
Juridische zaken Gunstig advies

Besluit

De gemeenteraad beslist:

Artikel 1

De gemeenteraad keurt het Gemeentelijk reglement registratie van en belasting op leegstaande woningen en gebouwen goed.

Artikel 2

Begripsomschrijvingen 

Voor de toepassing van dit reglement gelden de begripsomschrijvingen van het artikel 1.3 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021. 

In dit reglement wordt verstaan onder:

1° administratie: de gemeentelijke administratieve eenheid die door het gemeentebestuur wordt belast met de opmaak, de opbouw, het beheer en de actualisering van het leegstandsregister. De gemeente kan hiervoor beroep doen op medewerkers van het intergemeentelijk samenwerkingsverband die worden aangesteld door het college van Burgemeester en Schepenen

2° beroepsinstantie: het college van burgemeester en schepenen of het gedelegeerde personeelslid;

3° beveiligde zending: één van de hiernavolgende betekeningswijzen:

a) een aangetekend schrijven;

b) een afgifte tegen ontvangstbewijs;

4° gebouw: elk bebouwd onroerend goed, dat zowel het hoofdgebouw als de bijgebouwen omvat, met uitsluiting van bedrijfsruimten, vermeld in artikel 2, 1° van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten;

5° kamer: een woning waarin een toilet, een bad of douche of een kookgelegenheid ontbreken en waarvan de bewoners voor een of meer van die voorzieningen aangewezen zijn op de gemeenschappelijke ruimten in of aansluitend bij het gebouw waarvan de woning deel uitmaakt;

6° §1. leegstaand gebouw: gebouw waarvan meer dan de helft van de totale vloeroppervlakte niet overeenkomstig de functie van het gebouw wordt aangewend gedurende een periode van ten minste twaalf opeenvolgende maanden. Hierbij wordt geen rekening gehouden met woningen die deel uitmaken van het gebouw.

De functie van het gebouw is deze die overeenkomt met een voor het gebouw of voor gedeelten daarvan afgeleverde of gedane stedenbouwkundige  vergunning/omgevingsvergunning of melding in de zin van artikel 4.2.2 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, met latere wijzigingen, of milieuvergunning of melding in de zin van het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning, met latere wijzigingen. Bij een gebouw waarvoor geen vergunning of melding voorhanden is of waarvan de functie niet duidelijk uit een vergunning of melding blijkt, wordt deze functie afgeleid uit het gewoonlijk gebruik van het gebouw voorafgaand aan het vermoeden van leegstand, zoals dat blijkt uit aangiften, akten of bescheiden.

6° §2. Leegstaand gebouw in het kernwinkelgebied: leegstaande gebouwen, zoals bedoeld in 6°§1 met een handelsfunctie en gelegen in het kernwinkelgebied, worden als leegstaand beschouwd wanneer meer dan de helft van de totale vloeroppervlakte niet overeenkomstig de functie van het gebouw wordt aangewend gedurende een periode van tenminste 12 opeenvolgende maanden.   

Voor de afbakening van het kernwinkelgebied verwijzen we naar de afbakening zoals deze is vastgelegd op het grafisch plan van het RUP Binnenstad stad Sint-Truiden. 

6° §3. Een gebouw dat in hoofdzaak gediend heeft voor een economische activiteit wordt niet beschouwd als leegstaand zolang de oorspronkelijke beoefenaar van deze activiteit een gedeelte van het gebouw bewoont en dat gedeelte niet afsplitsbaar is. Een gedeelte is eerst afsplitsbaar indien het na sloping van de overige gedeelten kan worden beschouwd als een afzonderlijke woning die voldoet aan de bouwfysische vereisten.

7° Handelsfunctie: een activiteit die betrekking heeft op het kopen en verkopen van goederen in een voor publiek toegankelijke ruimte, het voeren van horeca-activiteiten en het leveren van zakelijke diensten (zoals financiële diensten en verzekeringen), ambachtelijke diensten (zoals kappers, schoonheidsinstituten, fotografen, kleermakers, ..) en particuliere diensten (zoals reisbureaus, makelaars, uitzendbureaus, dienstencheques,…) in voor publiek toegankelijke ruimtes.

8° Actieve uitbating: een uitbating is actief wanneer ze vrij toegankelijk is voor het publiek om er tegen betaling goederen te kopen of zich diensten te laten leveren (zoals gedefinieerd onder handelsfunctie) of te consumeren. Uitbatingen zijn actief wanneer zij minstens 4 dagen van de week open zijn gedurende minstens 6 uren per dag. Worden niet als actief beschouwd: uitbatingen die het gebouw alleen gebruiken als uitstalraam of waarbij het gebouw alleen gebruikt wordt voor opslag van goederen zonder dat dit gepaard gaat met een handelsactiviteit in hetzelfde gebouw.

9° leegstaande woning: woning die gedurende een periode van ten minste 12 opeenvolgende maanden niet aangewend wordt in overeenstemming met de woonfunctie die blijkt uit een omgevingsvergunning of meldingsakte als vermeld in artikel 6 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning die voor die woning is uitgereikt. Bij een woning waarvoor er geen vergunning of melding is, of waarvan de functie niet duidelijk blijkt uit een vergunning of melding, wordt de functie afgeleid uit het gewoonlijk gebruik van de woning dat voorafging aan het vermoeden van leegstand, zoals dat blijkt uit aangiften, akten of bescheiden.

 Een woning die geregistreerd staat als tweede verblijf - zoals gedefinieerd in het geldende gemeentelijk reglement betreffende de registratie en belasting op tweede verblijven - wordt niet beschouwd als zijnde leegstaand;

10° leegstandsregister: het gemeentelijk register van leegstaande gebouwen en woningen, vermeld in artikel 2.9 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021;

11° leegstand bij nieuwbouw: een nieuw gebouw of een nieuwe woning wordt als een leegstaand gebouw of een leegstaande woning beschouwd indien dat gebouw of die woning binnen zeven jaar na de afgifte van een stedenbouwkundige vergunning/omgevingsvergunning in laatste administratieve aanleg niet aangewend wordt overeenkomstig zijn functie;

12° opnamedatum: de datum waarop het gebouw of de woning in het leegstandsregister wordt opgenomen;

13° verjaardag: het ogenblik van het verstrijken van elke nieuwe periode van twaalf maanden vanaf de opnamedatum, zolang het gebouw of de woning niet uit het leegstandsregister is geschrapt; 

14° woning: elk onroerend goed of deel ervan dat hoofdzakelijk bestemd is voor de huisvesting van een gezin of alleenstaande;

15°  houder van het zakelijk recht: de houder van één van de volgende zakelijke rechten:

  • de volle eigendom;
  • het recht van opstal of van erfpacht;
  • het vruchtgebruik.

16° Renovatienota: een gedetailleerde, gedateerde en ondertekende nota die door de administratie wordt goedgekeurd en waarin minstens volgende elementen zijn opgenomen:

  • een overzicht van de voorgenomen werken die stedenbouwkundig niet vergunningsplichtig zijn;
  • een gedetailleerd tijdschema waaruit blijkt dat binnen een periode van maximaal 24 maanden de woning gerenoveerd wordt;
  • bestekken of facturen ten bedrage van minimaal 10.000 euro. Deze facturen en bestekken mogen niet ouder zijn dan één jaar;
  • schetsen en foto's van de te renoveren vertrekken;
  • indien van toepassing, het akkoord van alle mede-eigenaars.

 

Artikel 3

Leegstandsregister

§1. De administratie van het lokaal bestuur Sint-Truiden houdt een leegstandsregister bij. Het leegstandsregister bestaat uit 2 afzonderlijke lijsten:

  1. een inventaris “leegstaande gebouwen”;
  2. een inventaris “leegstaande woningen”.

Een woning die geïnventariseerd is als ongeschikt en/of onbewoonbaar, wordt niet opgenomen in het leegstandsregister. 

§2. In elke lijst worden de volgende gegevens opgenomen:

  • het adres van de leegstaande woning of het leegstaande gebouw; 
  • de kadastrale gegevens van de leegstaande woning of het leegstaande gebouw; 
  • de identiteit en het (de) adres(sen) van de houder(s) van het zakelijk recht; 
  • het nummer en de datum van de administratieve akte; 
  • de indicatie of indicaties die aanleiding hebben gegeven tot de opname.

Artikel 4

Registratie van leegstand 

§1. Een leegstaand gebouw of een leegstaande woning wordt opgenomen in het leegstandsregister aan de hand van een genummerde administratieve akte, waarbij een technische fiche met 1 of meerdere foto’s en een beschrijvend verslag, met vermelding van de indicaties van leegstand, gevoegd worden. 

De datum van de administratieve akte geldt als de datum van de vaststelling van de leegstand en geldt als opnamedatum. 

§2. De vaststelling van leegstaande woningen en gebouwen gebeurt op basis van onder andere volgende indicaties:  

  • het ontbreken van een inschrijving in het bevolkingsregister op het adres van de woning; 
  • de onmogelijkheid om het gebouw te betreden, bijvoorbeeld door een geblokkeerde toegang; 
  • het langdurig aanbieden van het gebouw of van de woning als “te huur” of “te koop”; 
  • het ontbreken van een aangifte als tweede verblijf; 
  • het ontbreken van aansluitingen op nutsvoorzieningen; 
  • een dermate laag verbruik van de nutsvoorzieningen dat een gebruik overeenkomstig de functie van het gebouw of de woning onwaarschijnlijk is; 
  • de vermindering van het kadastraal inkomen overeenkomstig artikel 15 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992; 
  • feitelijke vaststellingen die aanleiding geven tot een vermoeden van leegstand zoals glasbreuk, defecte hemelwaterafvoerbuizen, geen zichtbare activiteiten, geblindeerde of dichtgemaakte raamopeningen, uitpuilende of dichtgeplakte brievenbus, ernstige vervuiling van gevel, glas of buitenschrijnwerk, slecht onderhouden omgeving en/of tuin, ontbreken van meubilair, …; 
  • getuigenissen: verklaringen van omwonenden, postbode, wijkagent, GAS-ambtenaar; 
  • Opname in detailhandelsdatabank Locatus;  
  • Het ontbreken van aangeduide openingsuren die duidelijk maken aan klanten wanneer zij in de handels- of horecazaak terecht kunnen; 
  • Het ontbreken van een neergelegde jaarrekening x-1 in het jaar x van de feitelijke opname van de onderneming die gevestigd is op het adres van het te inventariseren pand; 
  • De vermelding en/ of de status van de vestigingseenheid in de Kruispuntbank voor Ondernemingen; 
  • Het langdurig niet voor het publiek toegankelijk zijn tijdens de gebruikelijke of geafficheerde openingsuren van een gebouw met bestemming handel of horeca; 
  • andere relevante indicaties van leegstand. 

Deze lijst is niet limitatief.

Artikel 5

Actualisatie 

Met het oog op de actualisering van het leegstandsregister organiseert de stad minimaal jaarlijks een algemene controle van de gebouwen en de woningen waarvoor een nieuw vermoeden van leegstand bestaat. 

Artikel 6

Kennisgeving van opname 

De houder van het zakelijk recht wordt per beveiligde zending in kennis gesteld van de beslissing tot opname in het leegstandsregister. De kennisgeving bevat: 

  • de administratieve akte;
  • informatie over de gevolgen van de opname in het leegstandsregister;
  • informatie met betrekking tot de beroepsprocedure tegen de opname in het leegstandsregister;
  • informatie over de mogelijkheid tot schrapping uit het leegstandsregister;  
  • informatie over de mogelijkheden tot het bekomen van een vrijstelling van heffing.

Artikel 7

Beroep tegen opname 

§1. Binnen een termijn van dertig dagen, ingaand de dag na deze van de betekening van het schrijven, vermeld in artikel 5, kan de houder van het zakelijk recht bij de beroepsinstantie beroep aantekenen tegen de beslissing tot opname in het leegstandsregister. Het beroep wordt per beveiligde zending betekend. Het beroepschrift moet ondertekend zijn en moet minimaal de volgende gegevens bevatten:

  1. de identiteit en het adres van de indiener;
  2. de vermelding van het nummer van de administratieve akte en het adres van het gebouw of de woning waarop het beroepschrift betrekking heeft;
  3. de bewijsstukken die aantonen dat de opname van het gebouw of de woning in het leegstandsregister ten onrechte is gebeurd. De vaststelling van de leegstand kan betwist worden met alle bewijsmiddelen van gemeen recht, uitgezonderd de eed. 

Als datum van het beroepschrift wordt de datum van de beveiligde zending gehanteerd. 

Als het beroepschrift ingediend wordt door een persoon die optreedt namens de houder van het zakelijk recht, voegt hij bij het dossier een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging, tenzij hij optreedt als raadsman die ingeschreven is aan de balie als advocaat of als advocaat-stagiair.  

§2. Zolang de indieningstermijn van dertig dagen niet verstreken is, kan een vervangend beroepschrift ingediend worden, waarbij het eerdere beroepschrift als ingetrokken wordt beschouwd.

§3. Aan de indiener van een beroepschrift wordt een ontvangstbevestiging verstuurd.

§4. Het beroepschrift is alleen onontvankelijk:

  • als het te laat is ingediend of niet is ingediend overeenkomstig de bepalingen in §1, of;
  • als het beroepschrift niet uitgaat van de houder van het zakelijk recht, of;
  • als het beroepschrift niet is ondertekend.

§5. Als het beroepschrift onontvankelijk is, deelt de beroepsinstantie dit onverwijld mee aan de indiener. Het indienen van een aangepast of nieuw beroep is mogelijk zolang de beroepstermijn van §1 niet verstreken is.

§6. De beroepsinstantie onderzoekt de gegrondheid van de ontvankelijke beroepschriften op stukken als de feiten vatbaar zijn voor directe, eenvoudige vaststelling of met een feitenonderzoek, dat uitgevoerd wordt door het met de opsporing van leegstaande gebouwen en woningen belaste personeelslid. Het beroep wordt geacht ongegrond te zijn als de toegang tot een gebouw of een woning geweigerd of verhinderd wordt voor het feitenonderzoek.

§7. De beroepsinstantie doet uitspraak over het beroep en betekent zijn beslissing aan de indiener ervan binnen een termijn van negentig dagen, die ingaat op de dag na deze van de betekening van het beroepschrift. De uitspraak wordt per beveiligde zending betekend.

§8. Als de beslissing tot opname in het leegstandsregister niet tijdig betwist wordt, of het beroep van de houder van het zakelijk recht onontvankelijk of ongegrond verklaard wordt, neemt de administratie het gebouw of de woning in het leegstandsregister op vanaf de datum van de vaststelling van de leegstand.


Artikel 8

Schrapping uit het leegstandregister 

§1. Een woning wordt uit het leegstandsregister geschrapt als de houder van het zakelijk recht bewijst dat de woning gedurende een termijn van ten minste zes opeenvolgende maanden aangewend wordt overeenkomstig de woonfunctie.

De datum van schrapping is de eerste dag van de aanwending overeenkomstig de functie. Het effectief gebruik zal blijken uit de inschrijvingen in de bevolkingsregisters of desgevallend na een onderzoek ter plaatse. 

§2. Een gebouw wordt uit het leegstandsregister geschrapt als de houder van het zakelijk recht bewijst dat meer dan de helft van de totale vloeroppervlakte gedurende een termijn van ten minste zes opeenvolgende maanden aangewend wordt overeenkomstig de functie, zoals omschreven in artikel 1, 6°.

De datum van schrapping is de eerste dag van de aanwending overeenkomstig de functie. De administratie stelt deze aanwending vast via administratieve data of desgevallend na een onderzoek ter plaatse.

§3. Een gebouw met economische functie gelegen in het kernwinkelgebied wordt uit het leegstandsregister geschrapt als de houder van het zakelijk recht bewijst dat meer dan de helft van de totale vloeroppervlakte overeenkomstig de bestemde functie aangewend wordt gedurende een termijn van ten minste 6 opeenvolgende maanden. De ingebruikname moet door de belastingplichtige worden gemeld aan het team Lokale Economie. 

De periode van 6 maanden begint de lopen vanaf het moment van vaststelling door de administratie via een plaatsbezoek. Na de schrappingsperiode wordt opnieuw een plaatsbezoek uitgevoerd. Wanneer blijkt dat het gebouw nog steeds in gebruik is volgens de functie dan wordt het gebouw geschrapt op datum van de eerste controle. De administratie kan steeds een tussentijds plaatsbezoek uitvoeren. Indien tijdens deze tussentijdse controle blijkt dat het gebouw niet in gebruik is, dan wordt de procedure tot schrapping stopgezet.

§4. Een woning en/of gebouw waarvoor een bestemmingswijziging werd vergund, wordt geschrapt uit het leegstandsregister op datum van de afgeleverde omgevingsvergunning.

§5. Een woning en/of gebouw waarvoor een sloop werd vergund, wordt geschrapt uit het leegstandsregister op datum van vaststelling van de sloop.  De sloop moet door de belastingplichtige gemeld worden aan de administratie. 

§6. Een woning en/of gebouw waarin een wijziging van het aantal woongelegenheden/entiteiten werd vergund, wordt geschrapt uit het leegstandsregister op datum van voltooiing van de werkzaamheden en de wijziging van het aantal woongelegenheden/entiteiten.

§7. Voor de schrapping uit het leegstandsregister richt de houder van het zakelijk recht een gemotiveerd verzoek aan de administratie via beveiligde zending. Dit verzoek bevat:

  1. de identiteit en het adres van de indiener;
  2. de vermelding van het nummer van de administratieve akte en het adres van het gebouw of de woning waarop de vraag tot schrapping betrekking heeft;
  3. de bewijsstukken overeenkomstig paragraaf 1 die aantonen dat de woning of het gebouw geschrapt mag worden uit het leegstandsregister;

Als datum van het verzoek wordt de datum van de beveiligde zending gehanteerd. 

De administratie onderzoekt de gegrondheid van het verzoek tot schrapping en neemt een beslissing binnen een termijn 90 dagen na de ontvangst van het verzoek. De administratie brengt de verzoeker op de hoogte van haar beslissing met een beveiligde zending.

§8. Tegen de beslissing over het verzoek tot schrapping kan de houder van het zakelijk recht beroep aantekenen volgens de procedure, vermeld in artikel 6.

Artikel 9

Onderwerp van de leegstandbelasting 

§ 1. Er wordt voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 jaarlijks een stedelijke belasting gevestigd op gebouwen en woningen die zijn opgenomen in het leegstandsregister. 

§2. De belasting is voor het eerst verschuldigd vanaf het ogenblik dat de woning of het gebouw gedurende twaalf opeenvolgende maanden is opgenomen in het leegstandsregister.

§3. In afwijking van §2. Is de belasting op leegstaande gebouwen met een handelsfunctie voor het eerst verschuldigd op de datum van opname in het leegstandregister.

§4. Zolang het gebouw of de woning niet uit het leegstandsregister geschrapt is, blijft de belasting verschuldigd op het ogenblik dat een nieuwe termijn van twaalf maanden verstrijkt.

Artikel 10

Tarief van de belasting 

§1. De belastingplichtige betaalt een jaarlijkse belasting die voor een leegstaande woning wordt vastgelegd als volgt:

  • De eerste belastbare termijn:
    • 1.500 euro voor een leegstaande woning; 
    • 500 euro voor een leegstaande kamer of studio.
  • De tweede belastbare termijn:
    • 2.250 euro voor een leegstaande woning; 
    • 750 euro voor een leegstaande kamer of studio.
  • De derde belastbare termijn:
    • 3.375 euro voor een leegstaande woning; 
    • 1.125 euro voor een leegstaande kamer of studio.
  • De vierde belastbare termijn:
    • 5.062 euro voor een leegstaande woning; 
    • 1.690 euro voor een leegstaande kamer of studio.
  • De vijfde en daaropvolgende belastbare termijn(en):
    • 6.000 euro voor een leegstaande woning; 
    • 2.000 euro voor een leegstaande kamer of studio.

§2. De belastingplichtige betaalt een jaarlijkse belasting die voor een leegstaand gebouw wordt vastgelegd als volgt:

  • De eerste belastbare termijn:
    • 3.000 euro voor een leegstand gebouw in het kernwinkelgebied; 
    • 1.500 euro voor een leegstaand gebouw dat niet gelegen is in het kernwinkelgebied.
  • De tweede belastbare termijn:
    • 4.500 euro voor een leegstand gebouw in het kernwinkelgebied; 
    • 2.250 euro voor een leegstaand gebouw dat niet gelegen is in het kernwinkelgebied.
  • De derde belastbare termijn:
    • 6.750 euro voor een leegstand gebouw in het kernwinkelgebied; 
    • 3.375 euro voor een leegstaand gebouw dat niet gelegen is in het kernwinkelgebied.
  • De vierde belastbare termijn:
    • 10.125 euro voor een leegstand gebouw in het kernwinkelgebied; 
    • 5.062 euro voor een leegstaand gebouw dat niet gelegen is in het kernwinkelgebied.
  • De vijfde en daaropvolgende belastbare termijn(en):
    • 12.000 euro voor een leegstand gebouw in het kernwinkelgebied; 
  • 6.000 euro voor een leegstaand gebouw dat niet gelegen is in het kernwinkelgebied.

§3. De in dit reglement vastgestelde tarieven worden vanaf 1 januari 2027 jaarlijks op 1 januari geïndexeerd op basis van de evolutie van de gezondheidsindex, overeenkomstig het koninklijk besluit van 24 december 1993 tot uitvoering van de wet van 6 januari 1989 tot vrijwaring van 's lands concurrentievermogen.

De referentiemaand voor de berekening van de indexering is november van het jaar dat voorafgaat aan de aanpassing, met als basisjaar 2013 (gezondheidsindex 2013 = 100)

Er wordt geen indexering toegepast op 1 januari 2026. De tarieven die bij dit reglement worden vastgesteld, gelden als basistarieven voor de toepassing van de jaarlijkse indexering zoals bepaald in dit artikel en stemmen overeen met de gezondheidsindex van de maand november 2025.

Wijze van indexering:

Tarief aanslagjaar X = (basistarief * index november X-1) / index november 2025

Wijze van afronding:

Het totaalbedrag wordt afgerond naar het dichtste veelvoud van vijftig eurocent, hetzij naar het lagere, hetzij naar het hogere.

  • Indien het totaalbedrag eindigt op € 0,01 tot en met € 0,24, wordt afgerond naar het lagere € x,00.

  • Indien het totaalbedrag eindigt op € 0,25 tot en met € 0,74, wordt afgerond naar € x,50.

  • Indien het totaalbedrag eindigt op € 0,75 tot en met € 0,99, wordt afgerond naar het hogere € (x+1),00.

Artikel 11

Belastingplichtigen 

§ 1. De belasting is verschuldigd door de houder van het zakelijk recht over het leegstaande gebouw of de leegstaande woning op de verjaardag van de opnamedatum.

§ 2. In geval van mede-eigendom zijn de mede-eigenaars hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de totale belastingschuld.

§ 3. In geval van overdracht van het zakelijk recht, stelt de overdrager van het zakelijk recht de verkrijger ervan in kennis dat het goed is opgenomen in het leegstandsregister. Tevens moet de overdrager de administratie in kennis stellen van de overdracht via een beveiligde zending of door afgifte tegen ontvangstbewijs. De overdrager bezorgt aan de administratie binnen de 2 maanden na de overdracht minstens de volgende gegevens:

  • In ieder geval: naam en adres van de verkrijger van het zakelijk recht en zijn eigendomsaandeel; 
  • datum van de akte, naam en standplaats van de notaris;
  • Nauwkeurige aanduiding van de overgedragen woning of gebouw.

Bij het ontbreken van deze kennisgeving wordt de overdrager van een zakelijk recht, als belastingplichtige beschouwd voor de belastingen die na de overdracht van het zakelijk recht worden gevestigd.


Artikel 12

Vrijstellingen 

§ 1. Een vrijstelling van de belasting kan aangevraagd worden door middel van het daartoe bestemd aanvraagformulier. Dit formulier dient te worden ingediend via een (digitale) beveiligde zending of door afgifte tegen ontvangstbewijs.

Behoudens andersluidende bepaling, kan eenzelfde vrijstelling slechts 1 keer worden toegekend aan dezelfde houder van het zakelijk recht. 

§2. De houder van het zakelijk recht die gebruik wenst te maken van een vrijstelling zoals vermeld in dit artikel, dient zelf hiervoor de nodige bewijsstukken voor te leggen aan de administratie.

Behoudens andersluidende bepaling, begint de vrijstelling te lopen bij aanvang van de belastbare termijn waarin de vrijstelling werd aangevraagd.

§3. Een vrijstelling aangevraagd en bekomen door één van de mede-eigenaars geldt automatisch voor alle andere mede-eigenaars van de woning of het gebouw. Enkel de indiener van de vrijstelling zal door de administratie op de hoogte gebracht worden van de beslissing. De aanvrager van de vrijstelling stelt de mede-eigenaars op de hoogte van de vrijstelling.

§4. De volgende persoonsgebonden vrijstellingen kunnen worden toegekend doch gaan niet over op de nieuwe houder van het zakelijk recht in geval van overdracht:

  1. de belastingplichtige die in een erkende ouderenvoorziening verblijft. De vrijstelling geldt voor de duur van het verblijf met een maximum van 2 belastbare termijnen. Een attest van verblijf in de ouderenvoorziening moet worden voorgelegd;
  2. de belastingplichtige die voor een langdurig verblijf werd opgenomen in een psychiatrische - of andere instelling. De vrijstelling geldt voor de duur van het verblijf met een maximum van 2 belastbare termijnen. Een attest van verblijf in de instelling moet worden voorgelegd;
  3. de belastingplichtige van wie de handelingsbekwaamheid wordt beperkt door een gerechtelijke beslissing, en dat voor het belastbare jaar waarin de gerechtelijke beslissing is genomen. Een afschrift van de gerechtelijke beslissing moet worden voorgelegd;
  4. de belastingplichtige die sinds minder dan één jaar houder van het zakelijk recht is van het gebouw of de woning is vrijgesteld van leegstandbelasting voor de belastbare termijn waarin de aanvrager zijn zakelijk recht verkregen heeft. Deze vrijstelling geldt niet voor:
    1. overdracht aan een vennootschap die door de overdrager rechtstreeks of onrechtstreeks gecontroleerd wordt;
    2. de overdracht die het gevolg is van een fusie, splitsing of andere overgang ten algemene titel.

§5. De volgende gebouwgebonden vrijstellingen kunnen worden toegekend en gaan over op de nieuwe houder van het zakelijk recht in geval van overdracht:

  1. als het gebouw of de woning gelegen is binnen de grenzen van een door de bevoegde overheid voorlopig of definitief goedgekeurd onteigeningsplan. Deze vrijstelling kan jaarlijks aangevraagd worden zolang het onteigeningsplan niet opgeheven is;
  2. als het gebouw of de woning vernield of beschadigd werd ten gevolge van een plotse ramp. Deze vrijstelling geldt gedurende een periode van maximum 2 belastbare termijnen vanaf de datum van de vernieling of beschadiging;
  3. als het gebouw of de woning onmogelijk effectief gebruikt kan worden omwille van een verzegeling in het kader van een strafrechtelijk onderzoek of omwille van een expertise in het kader van een gerechtelijke procedure of omwille van een andere soortgelijke procedure. Deze vrijstelling geldt voor maximum 2 belastbare termijnen. De nodige bewijsstukken van de gerechtelijke procedure moeten hierbij voorgelegd worden en de belastingplichtige moet spontaan de administratie op de hoogte houden over het verloop van de procedure;
  4. Als de woning te koop of te huur staat. Deze vrijstelling loopt voor 1 belastbare termijn. De te koop- of te huurstelling moet worden bewezen door de belastingplichtige aan de hand van de nodige publiciteitsstukken of aan de hand van een verklaring van de notaris of vastgoedmakelaar. Deze vrijstelling kan niet worden aangevraagd voor gebouwen met een handelsfunctie;
  5. als het gebouw of de woning leeg staat omwille van overmacht, d.w.z. te wijten is aan redenen buiten de wil van de houder van het zakelijk recht van wie redelijkerwijze niet kan verwacht worden dat hij een einde stelt aan de leegstand. De vrijstelling wegens overmacht kan jaarlijks worden aangevraagd indien de belastingplichtige zich nog steeds in een situatie van overmacht bevindt;
  6. wanneer een bouwaanvraag of een omgevingsvergunning met stedenbouwkundige aspecten werd ingediend en volledig en ontvankelijk werd verklaard. Deze vrijstelling geldt voor de belastbare termijn waarin de aanvraag volledig en ontvankelijk werd verklaard;
  7. als het gebouw of de woning gerenoveerd wordt. Onder renovatie wordt verstaan:
    1. Ofwel handelingen die vergunningsplichtig zijn en waarvoor een definitieve en niet-vervallen stedenbouwkundige vergunning of omgevingsvergunning met stedenbouwkundige aspecten kan worden voorgelegd. Deze vrijstelling geldt voor een periode van maximum 3 belastbare termijnen.;
    2. Ofwel handelingen die niet vergunningsplichtig zijn en waarvoor een ontvankelijke renovatienota kan worden voorgelegd. Deze vrijstelling geldt voor een periode van maximum 2 belastbare termijnen;
  8. Indien een pand beschermd wordt als monument, stads- of dorpsgezicht kan jaarlijks een vrijstelling worden aangevraagd indien kan worden aangetoond dat stappen worden ondernomen ter activatie van het pand;
  9. Indien het gebouw of de woning opgenomen is in het verwaarlozingsregister;
  10. Een leegstaand gebouw in kernwinkelgebied krijgt een vrijstelling van leegstandsheffing bij inschrijving op de stedelijke databank ‘Pandkracht’ met engagement het pand te verhuren aan vastgelegde huurprijzen. De vrijstelling wordt jaarlijks verlengd zolang het pand opgenomen is in de databank. 

 

Artikel 13

Inkohiering 

De belasting wordt ingevorderd bij wege van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.

Artikel 14

Betalingstermijn 

De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet

Artikel 15

Bezwaar tegen de belasting 

§1. De belastingplichtige kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen, t.a.v. het team Financiën.

§2. De indiening en de behandeling van het bezwaar gebeurt volgens de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.

Artikel 16

Inwerkingtreding 

§1. Onderhavig reglement treedt in werking op datum van de goedkeuring door de gemeenteraad. 

§2. Het gemeentelijk heffingsreglement op leegstaande  woningen en gebouwen van 25 februari 2019 wordt opgeheven van zodra onderhavig reglement in werking getreden is.  

§3. Woningen en gebouwen die reeds werden opgenomen zijn in het gemeentelijk leegstandsregister blijven opgenomen met dezelfde opnamedatum.

§4. Vrijstellingen die reeds eerder werden toegekend volgens de bepalingen van vorige reglementen, blijven behouden met dezelfde duur en/of einddatum. Na afloop van deze vrijstelling gelden de bepalingen van dit reglement.

 

Artikel 17

Dit besluit wordt onderworpen aan de bepalingen betreffende het bestuurlijk toezicht (artikels 326 tot en met 334) Decreet Lokaal Bestuur van 20 december 2017, zoals gewijzigd.