Terug
Gepubliceerd op 19/03/2019

2019_GR_00025 - Gemeentelijk reglement voor de heffing op leegstaande woningen en gebouwen - Goedkeuring

Gemeenteraad
ma 25/02/2019 - 20:00 Stadhuis Grote Markt : gemeenteraadszaal
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Bert Stippelmans, Veerle Heeren, Jelle Engelbosch, Hilde Vautmans, Ingrid Kempeneers, Jo François, Jos Pierard, Jurgen Reniers, Pascal Monette, Jef Cleeren, Ludwig Vandenhove, Johnny Vangrieken, Hilde Cops-Visser, Filip Moers, Raymonde Spiritus, Carl Nijssens, Christophe Elen, Marleen Thijs, Eddy El Herbouti, Gert Stas, Ann Knaepen, Johan Mas, Roger Clerinx, Hans Govaerts, Mieke Claes, Maurice Hollebeke, Erwin Vaes, Stijn Vanoirbeek, Raf Herbots, Laurien Bamps, Nina Kvikvinia, Serge Gumienny, Peter Deltour, Günther Dauw, Peter Van Dam, Kathleen Bergoets

Secretaris

Kathleen Bergoets

Voorzitter

Bert Stippelmans

Stemming op het agendapunt

2019_GR_00025 - Gemeentelijk reglement voor de heffing op leegstaande woningen en gebouwen - Goedkeuring
Goedgekeurd

Aanwezig

Bert Stippelmans, Veerle Heeren, Jelle Engelbosch, Hilde Vautmans, Ingrid Kempeneers, Jo François, Jos Pierard, Jurgen Reniers, Pascal Monette, Jef Cleeren, Ludwig Vandenhove, Johnny Vangrieken, Hilde Cops-Visser, Filip Moers, Raymonde Spiritus, Carl Nijssens, Christophe Elen, Marleen Thijs, Eddy El Herbouti, Gert Stas, Ann Knaepen, Johan Mas, Roger Clerinx, Hans Govaerts, Mieke Claes, Maurice Hollebeke, Erwin Vaes, Stijn Vanoirbeek, Raf Herbots, Laurien Bamps, Nina Kvikvinia, Serge Gumienny, Peter Deltour, Günther Dauw, Peter Van Dam, Kathleen Bergoets
Stemmen voor 35
Veerle Heeren, Pascal Monette, Hilde Vautmans, Johan Mas, Ingrid Kempeneers, Carl Nijssens, Jurgen Reniers, Jef Cleeren, Hilde Cops-Visser, Raymonde Spiritus, Marleen Thijs, Gert Stas, Hans Govaerts, Christophe Elen, Laurien Bamps, Günther Dauw, Serge Gumienny, Peter Deltour, Raf Herbots, Jos Pierard, Ann Knaepen, Filip Moers, Jelle Engelbosch, Roger Clerinx, Ludwig Vandenhove, Stijn Vanoirbeek, Nina Kvikvinia, Peter Van Dam, Jo François, Maurice Hollebeke, Johnny Vangrieken, Eddy El Herbouti, Mieke Claes, Erwin Vaes, Bert Stippelmans
Stemmen tegen 0
Onthoudingen 0
Blanco stemmen 0
Ongeldige stemmen 0
2019_GR_00025 - Gemeentelijk reglement voor de heffing op leegstaande woningen en gebouwen - Goedkeuring 2019_GR_00025 - Gemeentelijk reglement voor de heffing op leegstaande woningen en gebouwen - Goedkeuring

Motivering

Wettelijke bepalingen

- Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen
- Gemeentelijk reglement voor de opmaak van een leegstandregister voor woningen en gebouwen goedgekeurd op de gemeenteraad van 21 december 2015, zoals later gewijzigd;
- Decreet van 27 maart 2009 betreffende het grond en pandenbeleid ;
- Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, met latere wijzigingen·.

Adviezen

Financiën Gunstig advies

Besluit

De gemeenteraad beslist:

Artikel 1

De gemeenteraad keurt het gemeentelijk reglement voor de heffing op leegstaande woningen en gebouwen goed. 

Artikel 1: begripsomschrijvingen

§1. Voor de toepassing van dit reglement gelden onder meer de begripsomschrijvingen van het artikel 1.2 en artikel 2.2.6 van het Decreet van 27 maart 2009 betreffende het grond en pandenbeleid. Ook de definities uit de Vlaamse Wooncode, artikel 2 zijn van toepassing.

§2. De begripsomschrijvingen die gebruikt worden in het 'gemeentelijk reglement voor de opmaak van een leegstandsregister voor woningen en gebouwen' zijn eveneens van toepassing in dit reglement.

§3. In dit reglement wordt verstaan onder:

Stedelijk leegstandsregister voor woningen en gebouwen: het register dat wordt opgemaakt en bijgehouden overeenkomstig 'gemeentelijk reglement voor de opmaak van een leegstandsregister voor woningen en gebouwen, goedgekeurd op de gemeenteraad van 21 december 2015, zoals later gewijzigd, en de bepalingen vermeld in artikel 2.2.6 van het Decreet van 27 maart 2009 betreffende het grond en pandenbeleid.

Belastbare termijn: een belastbare termijn is een periode van 12 maanden waarin een pand ononderbroken opgenomen is in het leegstandsregister. De belastbare termijn begint voor het eerst te lopen op datum van de administratieve akte. Vervolgens vangt op iedere verjaardag van de inventarisatie een nieuwe belastbare termijn aan.

Renovatienota: een gedetailleerde, gedateerde en ondertekende nota die door de administratie wordt goedgekeurd en waarin minstens volgende elementen zijn opgenomen:

  1. een overzicht van de voorgenomen werken die stedenbouwkundig niet vergunningsplichtig zijn;
  2. een gedetailleerd tijdschema waaruit blijkt dat binnen een periode van maximaal 24 maanden de woning gerenoveerd wordt;
  3. bestekken of facturen ten bedrage van minimaal 10.000 euro. Deze facturen en bestekken mogen niet ouder zijn dan één jaar;
  4. schetsen en foto's van de te renoveren vertrekken;
  5. indien van toepassing, het akkoord van alle mede-eigenaars.

Tweede verblijf: elke woongelegenheid waarvan degene die er kan verblijven, voor deze woongelegenheid op 1 januari van het dienstjaar niet ingeschreven is in de bevolkingsregisters, ongeacht  het feit of  het gaat om landhuizen, bungalows, appartementen, grote of kleine weekendhuizen  of  buitengoederen, optrekjes,  chalets  en alle andere vaste woongelegenheden met inbegrip van de met chalets gelijkgestelde caravans.

Worden niet als tweede verblijf beschouwd:

  • het lokaal uitsluitend bestemd voor het uitoefenen van een beroeps- en/of handelsactiviteit;
  • de tenten en woonaanhangwagens, verplaatsbare caravans, tenzij deze tenminste zes maanden van het aanslagjaar opgesteld blijven om als woongelegenheid aangewend te worden;
  • de onderwijsinrichtingen, studentenhuizen en -kamers, ziekenhuizen, instellingen met een sociaal doel, jeugdherbergen en andere gelijkaardige inrichtingen;
  • woningen gebruikt voor beschermd en/of begeleid wonen;
  • de woongelegenheden die in hetzelfde belastingjaar ingekohierd zijn volgens de gemeentebelasting op de leegstand van gebouwen.

Woning verbonden met een bedrijfs- of handelsruimte: een woning die gelegen is in een gebouw waarin zich een bedrijfs- of handelsruimte bevindt. Er zijn geen andere woongelegenheden in het gebouw. Het gebouw is als dusdanig vergund of vergund geacht. De woongelegenheid is niet direct toegankelijk vanuit de openbare ruimte.

Artikel 2: onderwerp van de belasting

§ 1. Er wordt voor de aanslagjaren 2019 tot en met 2025 jaarlijks een stedelijke belasting gevestigd op gebouwen en woningen die zijn opgenomen in het leegstandsregister. De belasting is voor het eerst verschuldigd 12 maanden na de datum van de administratieve akte.

§ 2. Zolang het gebouw of de woning niet uit het leegstandsregister geschrapt is, blijft de belasting verschuldigd na het verstrijken van een nieuwe termijn van twaalf maanden.

Artikel 3: tarief van de belasting

Op de eerste verjaardag van de inventarisatie bedraagt de belasting:

  • 1.400 euro voor een leegstaand gebouw;
  • 1.400 euro voor een leegstaande ééngezinswoning;
  • 100 euro voor een kamer;
  • 400 euro voor elke andere woning.

Op de tweede verjaardag van de inventarisatie bedraagt de belasting:

  • 1.750 euro voor een leegstaand gebouw;
  • 1.750 euro voor een eengezinswoning;
  • 125 euro voor een kamer;
  • 500 euro voor elke andere woning.

Op de derde verjaardag van de inventarisatie bedraagt de belasting:

  • 2.100 euro voor een leegstaand gebouw;
  • 2.100 euro voor een eengezinswoning;
  • 150 euro voor een kamer;
  • 600 euro voor elke andere woning.

Op de vierde verjaardag van de inventarisatie bedraagt de belasting:

  • 2.450 euro voor een leegstaand gebouw;
  • 2.450 euro voor een eengezinswoning;
  • 175 euro voor een kamer;
  • 700 euro voor elke andere woning.

Op de vijfde verjaardag van de inventarisatie bedraagt de belasting:

  • 2.800 euro voor een leegstaand gebouw;
  • 2.800 euro voor een eengezinswoning;
  • 200 euro voor een kamer;
  • 800 voor elke andere woning.

Bij alle verjaardagen volgend op de vijfde verjaardag van de inventarisatie worden dezelfde bedragen toegepast als op de vijfde verjaardag.

De belasting is ondeelbaar verschuldigd per opnamejaar.

Artikel 4: belastingplichtigen

§ 1. Belastingplichtig is diegene die op het ogenblik van het verschuldigd worden  van de  belasting zakelijk gerechtigde is van het leegstaande gebouw of de leegstaande woning. Ingeval er een recht van opstal, erfpacht of vruchtgebruik bestaat, is de belasting verschuldigd door de houder van dat recht van opstal, van erfpacht of van vruchtgebruik op het ogenblik dat de belasting van het  aanslagjaar verschuldigd wordt.

§ 2. Zolang het gebouw of de woning niet uit het leegstandsregister is geschrapt, is de zakelijk gerechtigde, vermeld in § 1, op het ogenblik dat een nieuwe termijn van twaalf maanden verstrijkt, de belastingplichtige voor de nieuwe belasting.

§ 3. Indien er meerdere belastingplichtigen zijn, zijn deze hoofdelijk gehouden tot betaling van de verschuldigde belasting. Ingeval er meerdere andere houders zijn van het zakelijk recht, zijn deze eveneens hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de verschuldigde belasting.

§ 4. In geval van overdracht van het zakelijk recht,  stelt de overdrager van het zakelijk recht de verkrijger ervan in kennis per aangetekend schrijven dat het goed is opgenomen in het leegstandsregister. Tevens moet de overdrager de administratie in kennis stellen van de overdracht via een (digitale) beveiligde zending of door afgifte tegen ontvangstbewijs. De overdrager bezorgt aan de administratie binnen de 2 maanden na de overdracht minstens de volgende gegevens:

  • In voorkomend geval een kopie van de notariële akte;
  • In ieder geval: naam en adres van de verkrijger van het zakelijk recht en zijn eigendomsaandeel;
  • Nauwkeurige aanduiding van de overgedragen woning of gebouw.

Bij het ontbreken van deze kennisgeving wordt de overdrager van een zakelijk recht, als belastingplichtige beschouwd voor de belastingen die na de overdracht van het zakelijk recht worden gevestigd.

Artikel 5: Vrijstellingen

§ 1. Een vrijstelling van de belasting kan aangevraagd worden door middel van het daartoe bestemd aanvraagformulier. Dit formulier dient te worden ingediend via een (digitale) beveiligde zending of door afgifte tegen ontvangstbewijs.

Behoudens andersluidende bepaling, kan eenzelfde vrijstelling slechts 1 keer worden toegekend aan dezelfde houder van het zakelijk recht.

§ 2. De houder van het zakelijk recht die gebruik wenst te maken van een vrijstelling zoals vermeld in dit artikel, dient zelf hiervoor de nodige bewijsstukken voor te leggen aan de administratie.

Behoudens andersluidende bepaling, begint de vrijstelling te lopen bij aanvang van de belastbare termijn waarin de vrijstelling werd aangevraagd.

§ 3. De administratie doet uitspraak over de aanvraag tot vrijstelling en betekent haar beslissing aan de indiener ervan binnen een termijn van negentig dagen, ingaand de dag na de betekening van de aanvraag.

§4. Een vrijstelling aangevraagd en bekomen door één van de mede-eigenaars geldt automatisch voor alle andere mede-eigenaars van de woning of het gebouw. Enkel de indiener van de vrijstelling zal door de administratie op de hoogte gebracht worden van de beslissing van de administratie. De aanvrager van de vrijstelling stelt de mede-eigenaars op de hoogte van de vrijstelling.

§ 5. Binnen een termijn van dertig dagen, ingaand de dag na de betekening van het schrijven, vermeld in §4 kan de zakelijk gerechtigde, bij het college van burgemeester en schepenen beroep aantekenen tegen de beslissing tot de weigering van vrijstelling. Het beroep moet worden betekend via (digitale) beveiligde zending of door afgifte tegen ontvangstbewijs.

Het college van burgemeester en schepenen doet uitspraak over het beroep en betekent zijn beslissing aan de indiener ervan binnen een termijn van negentig dagen, ingaand de dag na de betekening van het beroepsschrift. De uitspraak wordt per beveiligde zending betekend.

§ 6. De volgende persoonsgebonden vrijstellingen kunnen worden toegekend doch gaan niet over op nieuwe zakelijk gerechtigden in geval van overdracht:

  1. de belastingplichtige die in een erkende ouderenvoorziening verblijft. De vrijstelling geldt voor de duur van het verblijf met een maximum van vijf belastbare termijnen. Een attest van verblijf in de ouderenvoorziening moet worden voorgelegd.
  2. de belastingplichtige die voor een langdurig verblijf werd opgenomen in een psychiatrische - of andere instelling. De vrijstelling geldt voor de duur van het verblijf met een maximum van drie belastbare termijnen. Een attest van verblijf in de instelling moet worden voorgelegd.
  3. de belastingplichtige waarvan de handelingsbekwaamheid beperkt werd ingevolge een gerechtelijke beslissing. De vrijstelling geldt voor de duur van het verblijf met een maximum van drie belastbare termijnen. Een afschrift van de gerechtelijke beslissing moet worden voorgelegd.
  4. de belastingplichtige die sinds minder dan één jaar zakelijk gerechtigde is van het gebouw of de  woning is één belastbare termijn vrijgesteld van leegstandbelasting. De vrijstelling begint te lopen bij aanvang van de belastbare termijn waarin de aanvrager zijn zakelijk recht verkregen heeft.  Deze vrijstelling geldt niet voor:
    1. overdracht aan een vennootschap die door de overdrager rechtstreeks of onrechtstreeks gecontroleerd wordt;
    2. de overdracht die het gevolg is van een fusie, splitsing of andere overgang ten algemene titel.

§ 7. De volgende gebouwgebonden vrijstellingen kunnen worden toegekend en gaan over op nieuwe zakelijk gerechtigden in geval van overdracht:

  1. als het gebouw of de woning gelegen is binnen de grenzen van een door de bevoegde overheid voorlopig of definitief goedgekeurd onteigeningsplan. Deze vrijstelling kan jaarlijks aangevraagd worden zolang het onteigeningsplan niet opgeheven is.
  2. als het gebouw of de woning vernield of beschadigd werd ten gevolge van een plotse ramp. Deze vrijstelling geldt gedurende een periode van drie belastbare termijnen vanaf de datum van de vernieling of beschadiging.
  3. als het gebouw of de woning onmogelijk effectief gebruikt kan worden omwille van een verzegeling in het kader van een strafrechtelijk onderzoek of omwille van een expertise in het kader van een gerechtelijke procedure of omwille van een andere soortgelijke procedure. Deze vrijstelling geldt voor twee belastbare termijnen. De nodige bewijsstukken van de gerechtelijke procedure moeten hierbij voorgelegd worden en de belastingplichtige moet spontaan de administratie op de hoogte houden over het verloop van de procedure.
  4. als het gebouw of de woning te  koop of te huur staat. Deze vrijstelling loopt tot het moment van verkoop/verhuur van het pand  met een maximum van één belastbare termijn. De te  koop- of te  huurstelling  moet worden  bewezen door de belastingplichtige aan de hand van de nodige publiciteitsstukken of  aan  de  hand van een verklaring van de notaris of vastgoedmakelaar.
  5. als het gebouw of de woning leeg staat omwille van overmacht, d.w.z. te wijten is aan redenen buiten de wil van de zakelijk gerechtigde van wie redelijkerwijze niet kan verwacht worden dat hij een einde stelt aan de leegstand. Deze vrijstelling geldt voor één belastbare termijn. De vrijstelling wegens overmacht kan opnieuw worden aangevraagd indien de belastingplichtige zich in een situatie van overmacht bevindt.
  6. wanneer een ontvankelijke  bouwaanvraag of een omgevingsvergunning met stedenbouwkundige aspecten werd ingediend. Deze vrijstelling geldt voor één belastbare termijn.
  7. als het gebouw of de woning gerenoveerd wordt. Onder renovatie wordt verstaan:
    1. ofwel handelingen die vergunningsplichtig zijn en waarvoor een definitieve en niet-vervallen stedenbouwkundige vergunning of omgevingsvergunning met stedenbouwkundige aspecten kan worden voorgelegd. Deze vrijstelling geldt voor een periode van drie belastbare termijnen.
    2. ofwel handelingen die niet vergunningsplichtig zijn en waarvoor  een ontvankelijke renovatienota kan worden voorgelegd. Deze vrijstelling geldt voor twee belastbare termijnen.
  8. als het gebouw of de woning een residentiële invulling heeft, kan jaarlijks een vrijstelling worden aangevraagd mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden:
    1. de woning voldoet aan de geldende kwaliteits- en veiligheidsnormen zoals vastgelegd in de Vlaamse Wooncode en het Woningkwaliteitsbesluit. De stad kan te allen tijde een woningkwaliteitscontrole uitvoeren indien zij dit noodzakelijk acht.
    2. tijdelijke arbeidskrachten die de woning bewonen, moeten aangemeld zijn bij de dienst vreemdelingen van de stad overeenkomstig het Verblijfsbesluit van 8 oktober 1981. Deze aanmelding is gratis.
    3. verblijf wordt aangetoond a.h.v. het verbruik van nutsvoorzieningen: het waterverbruik dient minstens 30m³ per jaar te bedragen, het elektriciteitsverbruik minimum 600 kWh per jaar en/of het gasverbruik minimum 2.326 kWh. Wanneer een woning beschikt over zonnepanelen, moet enkel het minimum water- en/of gasverbruik worden aangetoond.
  9. Indien een pand beschermd wordt als monument, stads- of dorpsgezicht kan jaarlijks een vrijstelling worden aangevraagd indien kan worden aangetoond dat stappen worden ondernomen ter activatie van het pand. De vrijstelling wordt toegekend voor één belastbare termijn.
  10. Indien een gebouw of woning zowel in het leegstands- als verwaarlozingsregister is opgenomen, geldt een vrijstelling van de leegstandsbelasting. Wanneer een pand geschrapt wordt uit het verwaarlozingsregister, vervalt deze vrijstelling.

Vrijstellingen van de leegstandsbelasting die toegekend zijn op basis van het reglement van 21 december 2015, zoals aangepast op 29 mei 2017 blijven met hun oorspronkelijke begin- en einddatum geldig bij de toepassing van dit reglement.

Artikel 6: inkohiering

De belasting wordt ingevorderd bij wege van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het College van Burgemeester en Schepenen ten laatste op 30 juni van het jaar dat volgt op het aanslagjaar.

Artikel 7: Betalingstermijn

De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.

Artikel 8: Bezwaar

De belastingplichtige kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij het College van Burgemeester en Schepenen, t.a.v. de dienst Financiën.

Het bezwaarschrift moet, op straffe van nietigheid, onder beveiligde zending of tegen afgiftebewijs worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn.

Deze indiening moet, op straffe van verval, gebeuren binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde kalenderdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet .

Van het bezwaarschrift wordt een ontvangstmelding afgegeven, binnen vijftien dagen na de indiening ervan.

Artikel 9

Zonder afbreuk te doen aan de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008, zijn de bepalingen van titel VII (Vestiging en invordering van de belastingen), hoofdstukken 1, 3, 4, 6 tot en met 9bis van het Wetboek van de inkomstenbelastingen en de artikelen 126 tot 175 van het uitvoeringsbesluit van dit Wetboek van toepassing, voor zover deze niet specifiek de belastingen op de inkomsten betreffen.

Artikel 10: inwerkingtreding

Onderhavig reglement treedt in werking op datum van de goedkeuring door de gemeenteraad. Het gemeentelijk heffingsreglement op leegstaande gebouwen en woningen van 21 december 2015, zoals aangepast op 29 mei 2017 wordt opgeheven van zodra onderhavig reglement in werking getreden is. 

Artikel 2

Dit besluit wordt onderworpen aan de bepalingen van het bestuurlijk toezicht (artikels 326 tot en met 334) van het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijziging.