- Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen
- Gemeentelijk reglement voor de opmaak van een leegstandregister voor woningen en gebouwen goedgekeurd op de gemeenteraad van 21 december 2015, zoals later gewijzigd;
- Decreet van 27 maart 2009 betreffende het grond en pandenbeleid ;
- Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, met latere wijzigingen·.
De gemeenteraad keurt het gemeentelijk reglement voor de heffing op leegstaande woningen en gebouwen goed.
Artikel 1: begripsomschrijvingen
§1. Voor de toepassing van dit reglement gelden onder meer de begripsomschrijvingen van het artikel 1.2 en artikel 2.2.6 van het Decreet van 27 maart 2009 betreffende het grond en pandenbeleid. Ook de definities uit de Vlaamse Wooncode, artikel 2 zijn van toepassing.
§2. De begripsomschrijvingen die gebruikt worden in het 'gemeentelijk reglement voor de opmaak van een leegstandsregister voor woningen en gebouwen' zijn eveneens van toepassing in dit reglement.
§3. In dit reglement wordt verstaan onder:
Stedelijk leegstandsregister voor woningen en gebouwen: het register dat wordt opgemaakt en bijgehouden overeenkomstig 'gemeentelijk reglement voor de opmaak van een leegstandsregister voor woningen en gebouwen, goedgekeurd op de gemeenteraad van 21 december 2015, zoals later gewijzigd, en de bepalingen vermeld in artikel 2.2.6 van het Decreet van 27 maart 2009 betreffende het grond en pandenbeleid.
Belastbare termijn: een belastbare termijn is een periode van 12 maanden waarin een pand ononderbroken opgenomen is in het leegstandsregister. De belastbare termijn begint voor het eerst te lopen op datum van de administratieve akte. Vervolgens vangt op iedere verjaardag van de inventarisatie een nieuwe belastbare termijn aan.
Renovatienota: een gedetailleerde, gedateerde en ondertekende nota die door de administratie wordt goedgekeurd en waarin minstens volgende elementen zijn opgenomen:
Tweede verblijf: elke woongelegenheid waarvan degene die er kan verblijven, voor deze woongelegenheid op 1 januari van het dienstjaar niet ingeschreven is in de bevolkingsregisters, ongeacht het feit of het gaat om landhuizen, bungalows, appartementen, grote of kleine weekendhuizen of buitengoederen, optrekjes, chalets en alle andere vaste woongelegenheden met inbegrip van de met chalets gelijkgestelde caravans.
Worden niet als tweede verblijf beschouwd:
Woning verbonden met een bedrijfs- of handelsruimte: een woning die gelegen is in een gebouw waarin zich een bedrijfs- of handelsruimte bevindt. Er zijn geen andere woongelegenheden in het gebouw. Het gebouw is als dusdanig vergund of vergund geacht. De woongelegenheid is niet direct toegankelijk vanuit de openbare ruimte.
Artikel 2: onderwerp van de belasting
§ 1. Er wordt voor de aanslagjaren 2019 tot en met 2025 jaarlijks een stedelijke belasting gevestigd op gebouwen en woningen die zijn opgenomen in het leegstandsregister. De belasting is voor het eerst verschuldigd 12 maanden na de datum van de administratieve akte.
§ 2. Zolang het gebouw of de woning niet uit het leegstandsregister geschrapt is, blijft de belasting verschuldigd na het verstrijken van een nieuwe termijn van twaalf maanden.
Artikel 3: tarief van de belasting
Op de eerste verjaardag van de inventarisatie bedraagt de belasting:
Op de tweede verjaardag van de inventarisatie bedraagt de belasting:
Op de derde verjaardag van de inventarisatie bedraagt de belasting:
Op de vierde verjaardag van de inventarisatie bedraagt de belasting:
Op de vijfde verjaardag van de inventarisatie bedraagt de belasting:
Bij alle verjaardagen volgend op de vijfde verjaardag van de inventarisatie worden dezelfde bedragen toegepast als op de vijfde verjaardag.
De belasting is ondeelbaar verschuldigd per opnamejaar.
Artikel 4: belastingplichtigen
§ 1. Belastingplichtig is diegene die op het ogenblik van het verschuldigd worden van de belasting zakelijk gerechtigde is van het leegstaande gebouw of de leegstaande woning. Ingeval er een recht van opstal, erfpacht of vruchtgebruik bestaat, is de belasting verschuldigd door de houder van dat recht van opstal, van erfpacht of van vruchtgebruik op het ogenblik dat de belasting van het aanslagjaar verschuldigd wordt.
§ 2. Zolang het gebouw of de woning niet uit het leegstandsregister is geschrapt, is de zakelijk gerechtigde, vermeld in § 1, op het ogenblik dat een nieuwe termijn van twaalf maanden verstrijkt, de belastingplichtige voor de nieuwe belasting.
§ 3. Indien er meerdere belastingplichtigen zijn, zijn deze hoofdelijk gehouden tot betaling van de verschuldigde belasting. Ingeval er meerdere andere houders zijn van het zakelijk recht, zijn deze eveneens hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de verschuldigde belasting.
§ 4. In geval van overdracht van het zakelijk recht, stelt de overdrager van het zakelijk recht de verkrijger ervan in kennis per aangetekend schrijven dat het goed is opgenomen in het leegstandsregister. Tevens moet de overdrager de administratie in kennis stellen van de overdracht via een (digitale) beveiligde zending of door afgifte tegen ontvangstbewijs. De overdrager bezorgt aan de administratie binnen de 2 maanden na de overdracht minstens de volgende gegevens:
Bij het ontbreken van deze kennisgeving wordt de overdrager van een zakelijk recht, als belastingplichtige beschouwd voor de belastingen die na de overdracht van het zakelijk recht worden gevestigd.
Artikel 5: Vrijstellingen
§ 1. Een vrijstelling van de belasting kan aangevraagd worden door middel van het daartoe bestemd aanvraagformulier. Dit formulier dient te worden ingediend via een (digitale) beveiligde zending of door afgifte tegen ontvangstbewijs.
Behoudens andersluidende bepaling, kan eenzelfde vrijstelling slechts 1 keer worden toegekend aan dezelfde houder van het zakelijk recht.
§ 2. De houder van het zakelijk recht die gebruik wenst te maken van een vrijstelling zoals vermeld in dit artikel, dient zelf hiervoor de nodige bewijsstukken voor te leggen aan de administratie.
Behoudens andersluidende bepaling, begint de vrijstelling te lopen bij aanvang van de belastbare termijn waarin de vrijstelling werd aangevraagd.
§ 3. De administratie doet uitspraak over de aanvraag tot vrijstelling en betekent haar beslissing aan de indiener ervan binnen een termijn van negentig dagen, ingaand de dag na de betekening van de aanvraag.
§4. Een vrijstelling aangevraagd en bekomen door één van de mede-eigenaars geldt automatisch voor alle andere mede-eigenaars van de woning of het gebouw. Enkel de indiener van de vrijstelling zal door de administratie op de hoogte gebracht worden van de beslissing van de administratie. De aanvrager van de vrijstelling stelt de mede-eigenaars op de hoogte van de vrijstelling.
§ 5. Binnen een termijn van dertig dagen, ingaand de dag na de betekening van het schrijven, vermeld in §4 kan de zakelijk gerechtigde, bij het college van burgemeester en schepenen beroep aantekenen tegen de beslissing tot de weigering van vrijstelling. Het beroep moet worden betekend via (digitale) beveiligde zending of door afgifte tegen ontvangstbewijs.
Het college van burgemeester en schepenen doet uitspraak over het beroep en betekent zijn beslissing aan de indiener ervan binnen een termijn van negentig dagen, ingaand de dag na de betekening van het beroepsschrift. De uitspraak wordt per beveiligde zending betekend.
§ 6. De volgende persoonsgebonden vrijstellingen kunnen worden toegekend doch gaan niet over op nieuwe zakelijk gerechtigden in geval van overdracht:
§ 7. De volgende gebouwgebonden vrijstellingen kunnen worden toegekend en gaan over op nieuwe zakelijk gerechtigden in geval van overdracht:
Vrijstellingen van de leegstandsbelasting die toegekend zijn op basis van het reglement van 21 december 2015, zoals aangepast op 29 mei 2017 blijven met hun oorspronkelijke begin- en einddatum geldig bij de toepassing van dit reglement.
Artikel 6: inkohiering
De belasting wordt ingevorderd bij wege van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het College van Burgemeester en Schepenen ten laatste op 30 juni van het jaar dat volgt op het aanslagjaar.
Artikel 7: Betalingstermijn
De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.
Artikel 8: Bezwaar
De belastingplichtige kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij het College van Burgemeester en Schepenen, t.a.v. de dienst Financiën.
Het bezwaarschrift moet, op straffe van nietigheid, onder beveiligde zending of tegen afgiftebewijs worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn.
Deze indiening moet, op straffe van verval, gebeuren binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde kalenderdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet .
Van het bezwaarschrift wordt een ontvangstmelding afgegeven, binnen vijftien dagen na de indiening ervan.
Artikel 9
Zonder afbreuk te doen aan de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008, zijn de bepalingen van titel VII (Vestiging en invordering van de belastingen), hoofdstukken 1, 3, 4, 6 tot en met 9bis van het Wetboek van de inkomstenbelastingen en de artikelen 126 tot 175 van het uitvoeringsbesluit van dit Wetboek van toepassing, voor zover deze niet specifiek de belastingen op de inkomsten betreffen.
Artikel 10: inwerkingtreding
Onderhavig reglement treedt in werking op datum van de goedkeuring door de gemeenteraad. Het gemeentelijk heffingsreglement op leegstaande gebouwen en woningen van 21 december 2015, zoals aangepast op 29 mei 2017 wordt opgeheven van zodra onderhavig reglement in werking getreden is.
Dit besluit wordt onderworpen aan de bepalingen van het bestuurlijk toezicht (artikels 326 tot en met 334) van het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijziging.