- Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen
Voor de aanslagjaren 2020 tot en met 2024 wordt een jaarlijkse gemeentebelasting gevestigd op de hinderlijke inrichtingen. Bedoeld worden hierbij de inrichtingen waarvan de lijst en de indeling het voorwerp maken van bijlage 1 bij het Besluit van de Vlaamse Executieve houdende vaststelling van het Vlaams Reglement betreffende de milieuvergunning (Vlarem), evenals van de inrichtingen die vallen onder de toepassing van hoofdstuk II van het algemeen reglement op de bescherming van de bevolking en van de werknemers tegen het gevaar van de ioniserende stralingen.
De belasting is verschuldigd door de exploitant van de inrichting die op 1 januari van het belastingjaar in werking is . De eigenaar van de inrichting is hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting.
De belasting word vastgesteld op 0,125 EUR per vierkante meter belastbare oppervlakte voor elke inrichting gerangschikt in de eerste klasse. Er wordt per inrichting een minimumbelasting van 25,00 EUR en een maximum van 4 960,00 EUR geheven.
Als belastbare oppervlakte komt in aanmerking de bebouwde grondoppervlakte van de inrichting; met inbegrip van alle aanhorigheden zoals kantoren en allerhande voorzieningen. Voor landbouwinrichtingen komt als belastbare oppervlakte in aanmerking: de vloeroppervlakte van de stallen, van de overdekte opslagplaatsen en van de bergplaatsen dienstig voor de uitbating. Worden niet als belastbare oppervlakte beschouwd: de door de exploitant of eigenaar aangelegde groene bufferstroken en zones, parkeerplaatsen en toegangswegen evenals de privéwoning van de uitbater, gelegen binnen de bedrijfsterreinen.
Zijn van de belasting vrijgesteld : - inrichtingen geëxploiteerd door beschutte werkplaatsen, alsmede de instellingen belast met ziekenzorg; - inrichtingen bedoeld in art. 1, 8 van de Vlarem (tijdelijke inrichtingen); - de publiekrechtelijke inrichtingen.
De kohieren worden vastgesteld en uitvoerbaar verklaard door het college van burgemeester en schepenen ten laatste op 30 juni van het jaar dat volgt op het aanslagjaar. Het kohier wordt tegen het ontvangstbewijs bezorgd aan de financieel beheerder die onverwijld instaat voor de verzending van de aanslagbiljetten. Deze verzending gebeurt zonder kosten voor de belastingschuldigen. Het aanslagbiljet bevat naast de gegevens vermeld in het kohier ook de verzendingsdatum, de uiterste betaaldatum, de termijn waarbinnen bezwaar kan worden ingediend, de benaming, het adres en de contactgegevens van de instantie die bevoegd is om het bezwaarschrift te ontvangen, evenals de vermelding dat de belastingplichtige of zijn vertegenwoordiger die wenst gehoord te worden, zulks uitdrukkelijk moet vragen in het bezwaarschrift. Als bijlage wordt een beknopte samenvatting toegevoegd van het belastingreglement.
De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen een belastingaanslag, een belastingverhoging of een administratieve geldboete, een bezwaarschrift indienen bij het college van burgemeester en schepenen, Kazernestraat 13 te 3800 Sint-Truiden, dat handelt als administratieve overheid. Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn en op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag of vanaf de datum van de contante inning. De bevoegde overheid of een personeelslid dat door de bevoegde overheid speciaal daarvoor is aangewezen, stuurt binnen vijftien kalenderdagen na de indiening van het bezwaarschrift een ontvangstmelding enerzijds naar de belastingschuldige en, in voorkomend geval, naar zijn vertegenwoordiger en anderzijds naar de financieel directeur.
De vestiging en de invordering van de belasting, evenals de regeling van de geschillen terzake, gebeurt zoals bepaald in het decreet van 30 mei 2008 op de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.
Deze beslissing wordt aan het toezicht van de hogere overheid onderworpen.