- Decreet lokaal bestuur en latere wijzigingen;
- Artikel 170, §4 van de Grondwet;
- Decreet van 22 december 1995 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 1996;
- Decreet van 26 maart 2004 betreffende de openbaarheid van bestuur;
- Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen;
- Ministerieel besluit van 23 november 2016 houdende goedkeuring van de subsidie voor de interlokale vereniging "Aangenaam Wonen in Nieuwerkerken en Sint-Truiden" waarvan de stad deel uit maakt en waarvoor Stebo vzw de projectuitvoerder is;
De begripsomschrijvingen die gebruikt worden in het ‘stedelijk reglement voor de registratie van verwaarloosde woningen en gebouwen’ zijn ook geldig in dit reglement.
§1. Er wordt voor de jaren 2020 tot en met 2024 een stedelijke belasting gevestigd op de woningen en gebouwen die, gedurende minstens twaalf opeenvolgende maanden opgenomen zijn in het stedelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen.
§2. De belasting is voor het eerst verschuldigd vanaf het ogenblik dat de woning of het gebouw gedurende twaalf opeenvolgende maanden opgenomen is in het stedelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen.
Zolang de woning of het gebouw niet is geschrapt uit dit register, blijft de belasting verschuldigd bij het verstrijken van elke opeenvolgende periode van twaalf maanden.
Een gebouw of woning dat ook op de stedelijke inventaris leegstand voorkomt, wordt volgens het tarief van de verwaarlozingsbelasting belast.
§1. De belasting is verschuldigd door de zakelijk gerechtigde op de verwaarloosde woning of het verwaarloosd gebouw op de verjaardag van de registratiedatum.
§2. Indien er meerdere zakelijk gerechtigden zijn, zijn zij allen hoofdelijk gehouden tot betaling van de totale belastingsschuld.
§1. De belasting bedraagt:
Indien de woning of het gebouw een tweede opeenvolgende termijn van twaalf maanden in het register staat, bedraagt de belasting:
Indien de woning of het gebouw een derde opeenvolgende termijn van twaalf maanden in het register staat, bedraagt de belasting:
Indien de woning of het gebouw een vierde of langere opeenvolgende termijn van twaalf maanden in het register staat, bedraagt de belasting:
Er wordt wegens overmacht een vrijstelling van de belasting gedurende 3 jaar verleend aan de zakelijk gerechtigde die aantoont dat de woning of het gebouw opgenomen blijft in het register om redenen onafhankelijk van zijn wil.
Van belasting is vrijgesteld:
- De belastingsplichtige die het zakelijk recht heeft op één enkele woning, bij uitsluiting van enig ander gebouw of enige andere woning, en die als houder van het recht de woning uitsluitend gebruikt als hoofdverblijfplaats. De vrijstelling geldt voor 1 jaar vanaf de eerste belasting conform dit belastingsreglement, ongeacht of om een andere reden een vrijstelling verleend werd;
- De belastingsplichtige die het zakelijk recht heeft op één enkele woning, bij uitsluiting van enig ander gebouw of enige andere woning, die als laatste de woning gebruikte als hoofdverblijfplaats en die tijdelijk of permanent verblijft in een erkende ouderenvoorziening of opgenomen is in een ziekenhuis of psychiatrische of penitentiaire instelling. De vrijstelling geldt voor 1 jaar vanaf de eerste belasting conform dit belastingsreglement, ongeacht of om een andere reden een vrijstelling verleend werd;
- De belastingplichtige waarvan de handelingsbekwaamheid beperkt werd ingevolge een gerechtelijke beslissing. De vrijstelling geldt tot 1 jaar na de opheffing van de gerechtelijke beslissing tot beperking van de handelingsbekwaamheid;
- Een vrijstelling van 2 jaar wordt toegekend aan de nieuwe zakelijk gerechtigde.
Deze vrijstelling geldt niet voor:
- Een vrijstelling wordt verleend indien het gebouw of de woning:
gerenoveerd wordt blijkens een niet vervallen stedenbouwkundige vergunning of omgevingsvergunning voor stabiliteitswerken of sloopwerkzaamheden, met dien verstande dat deze vrijstelling slechts geldt voor 2 jaar vanaf het uitvoerbaar worden van de stedenbouwkundige vergunning of omgevingsvergunning.
De belasting wordt ingevorderd bij wege van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.
§1. De belastingsplichtige kan, middels een beveiligde zending, bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen.
§2. De indiening en de behandeling van het bezwaar gebeurt volgens de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
Dit besluit wordt onderworpen aan de bepalingen betreffende het bestuurlijk toezicht (artikel 248 tot en met 264) van het Gemeentedecreet van 15 juli 2005, zoals gewijzigd