De gemeenteraad keurt het belastingreglement vestiging en uitbating nachtwinkels en shops bij tankstations goed.
Belastingreglement vestiging en uitbating nachtwinkels en shops bij tankstations
Artikel 1
Het belastingreglement op nachtwinkels van 19 december 2017 wordt opgeheven vanaf 1 januari 2020.
Artikel 2
Voor de aanslagjaren 2020 tot en met 2024 wordt een openingsbelasting en een jaarlijkse belasting geheven op de nachtwinkels en op shops bij tankstations, wanneer deze laatsten worden open gehouden buiten de gewone sluitingsuren.
Artikel 3
§1. Voor de toepassing van het reglement, wordt onder nachtwinkel verstaan: iedere vestigingseenheid waarvan de netto verkoopoppervlakte niet groter dan 150 m² is, die geen andere activiteiten uitoefent dan de verkoop van algemene voedingswaren en huishoudelijke artikelen en die op duidelijke en permanente manier de vermelding "Nachtwinkel" draagt, zoals bedoeld in artikel 2, 9° van de wet van 10 november 2006 betreffende de openingsuren in handel, ambacht en dienstverlening, en ongeacht of alle verplichtingen en beperkingen voortvloeiend uit die wet door de nachtwinkel gerespecteerd zijn.
§2. Voor de toepassing van het reglement wordt onder shops bij tankstations verstaan: elke winkel waar algemene voedingswaren en huishoudartikelen worden verkocht en die één of meerdere uren geopend is tussen 21u en 7u, en die behoort tot een vestigingseenheid met als hoofdactiviteit de verkoop van brandstof en olie voor autovoertuigen, zoals bedoeld in artikel 16, §2, c) van de wet van 10 november 2006 betreffende de openingsuren in handel, ambacht en dienstverlening.
Artikel 4
§1. Ten aanzien van nachtwinkels en shops bij tankstations wordt een éénmalige openingsbelasting gevestigd ten bedrage van 6.000 euro.
§2. Deze is ten aanzien van nachtwinkels verschuldigd wanneer er een vestigingsvergunning is verleend door het college van burgemeester en schepenen, overeenkomstig de bepalingen van het reglement vestiging en uitbating nachtwinkels.
Ten aanzien van shops bij tankstations is deze verschuldigd wanneer er een shop bij een tankstation wordt geopend.
§3. Ten aanzien van de nachtwinkels en de shops bij tankstations wordt deze éénmalige openingsbelasting gevestigd en geïnd als kohierbelasting.
§4. De openingsbelasting is verschuldigd door de verkrijger van de vestigingsvergunning van de nachtwinkel dan wel door de uitbater van de shop bij een tankstation.
§5. Indien na verval van de vestigingsvergunning van een nachtwinkel, overeenkomstig het gemeentelijk reglement vestiging en uitbating nachtwinkels, een nieuwe vestigingsvergunning door het college van burgemeester en schepenen wordt verleend, is opnieuw een openingsbelasting verschuldigd.
Artikel 5
§1. Ten aanzien van nachtwinkels en shops bij tankstations wordt een jaarlijkse belasting gevestigd ten bedrage van 1.500 euro per nachtwinkel of per shop bij een tankstation. De jaarlijkse belasting is verschuldigd per aanslagjaar waarin de nachtwinkel of de shop bij een tankstation wordt uitgebaat.
§2. De jaarlijkse belasting is ondeelbaar en wordt niet verminderd indien de uitbating slechts een deel van het jaar plaatsvindt.
§3. Indien na verval van de uitbatingsvergunning van een nachtwinkel, overeenkomstig het gemeentelijk reglement vestiging en uitbating nachtwinkels, een nieuwe uitbatingsvergunning door het college van burgemeester en schepenen wordt verleend, is opnieuw een uitbatingsbelasting verschuldigd, behoudens bij overdracht van een vergunde nachtwinkel tussen echtgenoten of wettelijk samenwonenden of overdracht tussen bloedverwanten in de eerste graad.
§4. De jaarlijkse belasting wordt gevestigd en geïnd als kohierbelasting.
§5. De jaarlijkse belasting is verschuldigd door de uitbater van de nachtwinkel of van de shop bij een tankstation.
Artikel 6
De vestiging en de invordering van de belasting, evenals de regeling van de geschillen terzake, gebeurt zoals bepaald in het Decreet van 30 mei 2008 op de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.
Artikel 7
Dit besluit wordt onderworpen aan de bepalingen betreffende het bestuurlijk toezicht artikelen 326 - 341 van het Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017.